4.3.5 - Beschrijving van het Informatie-menu
INFORMATIE-MENU (3)
Menu- Formaat
Eenheden
item
0
±nn.n
°C
LOFF
-
L-On
-
L-Sc
-
CCn
-
rEM
-
tStA
-
OFF
-
rEADY
-
dELAY
-
StOPPing
-
running
-
triPout
-
OvErridE
-
dEFrOSt
-
OCCUPIEd
-
UNOCCUPIEd
-
COOL
-
HEAT
-
StAndbY
-
ALArM
-
ALErt
-
MAStEr
-
SLAvE
-
1 [1]
nn
-
2 [2]
-
occu
unoc
Forc
3
nn.n
minuten
4 [2]
HEAt
-
COOL
-
StbY
-
FrSt
-
5
nnn
%
6 [2]
nnn
%
7
Yes
No
Forc
8
-
SP-1
SP-2
SP-3
AUtO
9
±nn.n
°C
10
±nn.n
°C
Forc
11
nn.n
°C
12
nn.n
°C
12
Beschrijving
Automatische displayfunctie. Achtereenvolgens worden de volgende schermen afgebeeld:
1:
Regeling ruimtetemperatuur: temperatuur van het water dat de unit tracht op het regelpunt te handhaven.
2:
Bedrijfstypen van de unit
Lokaal UIT
Lokaal AAN
Lokaal AAN - Op basis van tijdklok.
CCN-regeling.
Afstandsregeling
Thermostaatregeling
3:
Status van de unit
Uit: unit is afgeschakeld en mag niet starten.
Gereed: unit mag starten.
Vertraging: de unit werkt met inschakelvertraging. Deze is actief wanneer de unit wordt aangeschakeld. De vertraging kan
worden ingesteld in het Gebruikers Configuratie-menu.
Afschakelen: de unit wordt nu afgeschakeld.
In werking: de unit is in werking of mag starten.
Unit afgeschakeld door beveiliging.
Limiet: de bedrijfscondities laten totaal machinebedrijf niet toe.
Ontdooien: 1 circuit werkt in ontdooibedrijf.
4:
Bezet/onbezet status van de unit
Bezet: unit werkt in bezet bedrijf.
Onbezet: unit werkt in onbezet bedrijf.
5:
Bedrijfstype verwarming/koeling
Koeling: unit werkt in koelbedrijf
Verwarming: unit werkt in verwarmingsbedrijf
Standby: unit werkt met automatische omschakeling koeling/verwarming en is standby.
6:
Alarmfunctie
Alarm: de unit wordt geheel afgeschakeld vanwege een bedrijfsfout
Alert: de unit heeft een bedrijfsfout maar wordt niet geheel afgeschakeld.
7:
Master/slave status
Master: de master/slave regeling is actief en de unit is de master
Slave: de master/slave regeling is actief en de unit is de slave.
Codes actieve bedrijfstypen. Alle actieve bedrijfstypen worden na elkaar afgebeeld. Dit item wordt niet afgebeeld als het nul is.
Wanneer een bedrijfstype-code wordt afgebeeld en er wordt op Enter gedrukt, dan wordt in de 4-cijferige display een uitgebreide
tekst weergegeven. Zie de beschrijving in de volgende tabel.
Dit item geeft de bezet/onbezet status van de machine aan.
Bezet
Onbezet
De waarde en Forc worden afwisselend afgebeeld wanneer de unit in CCN-regeling werkt en deze variabele wordt geregeld door
CCN.
Startvertraging. Dit item geeft het aantal minuten weer dat het nog duurt voordat de unit kan starten. Deze inschakelvertraging is
altijd actief wanneer de unit wordt aangeschakeld. De vertraging kan worden ingesteld in Gebruikers Configuratie-menu 1.
Verwarmings/koelbedrijf. Dit item geeft aan of de unit in koel- of verwarmingsbedrijf werkt.
Verwarmen
Koelen
Standby: unit werkt met automatische omschakeling koeling/verwarming en is standby.
Vorstbeveiligingsfunctie actief.
Totale unit capaciteit.
Actieve extra verwarmingstrappen.
Capaciteitsbegrenzing op basis van de configuratie. Zie 4.3.11.3.
Ja - capaciteitsbegrenzing actief
Nee - capaciteitsbegrenzing niet actief
De waarde en Forc worden afwisselend afgebeeld wanneer de unit in CCN-regeling werkt en deze variabele wordt geregeld door
CCN.
Keuze setpoint in lokaal bedrijf. Dit kan worden gelezen maar ook gewijzigd. Wordt alleen afgebeeld wanneer de unit in
bedrijfstype LOFF, L-On of L-Sc is.
SP-1 = bezet setpoint
SP-2 = onbezet setpoint
SP-3 = vorstbeveiligingssetpoint
AUtO = actief setpoint afhankelijk van setpointschema 2. Zie hoofdstukken 5.5.1 en 4.3.11.6.
Actief ruimtetemperatuur setpoint.
Actief temperatuur regelpunt. Dit is het setpoint dat de regeling gebruikt om de ruimtetemperatuur aan te passen.
Regelpunt = actief setpoint + reset. Zie hoofdstuk 5.5.
De waarde en Forc worden afwisselend afgebeeld wanneer de unit in CCN-regeling werkt en deze variabele wordt geregeld door
CCN.
Ruimtetemperatuur dode band in
Dit is de dode band die de regeling gebruikt om de ruimtetemperatuur te regelen (zie 5.5.1). De regeling gebruikt twee dode
banden voor het regelen van de ruimtetemperatuur: de een in de bezette periode, de andere in de onbezette periode. Deze twee
waarden kunnen worden ingesteld door de gebruiker in het Setpoint Menu.
Ruimtetemperatuur in
°
C
Dit is de ruimtetemperatuur die wordt berekend op basis van de door de ruimtetemperatuur-opnemers gemeten ruimtetemperatuur.
Als de unit maar 1 ruimte-opnemer geeft, dan wordt door die opnemer gemeten waarde gebruikt. Als de unit verschillende optionele
temperatuuropnemers heeft, dan wordt, afhankelijk van de configuratie (zie 4.3.11.3), de middelste, minimum of maximum door de
opnemers gemeten waarde gebruikt.
°
C