gasverwarmingstrappen gebruikt de regeling een master/slave
regeling om de ruimteluchttemperatuur te regelen met behulp
van de economizer. De externe regelkring berekent de toevoer-
luchttemperatuur die nodig is om de ruimteluchttemperatuur op
het regelpunt te handhaven. De interne regelkring bepaalt de
stand van de economizer die nodig is om deze toevoerlucht-
temperatuur te handhaven.
Speciale condities:
•
De economizer blijft gesloten wanneer de unit stopt of in
onbezet bedrijf werkt.
•
De economizer blijft in de minimum stand van 15% (te
configureren door Carrier Service), wanneer:
-
de unit in verwarmingsbedrijf werkt,
-
de ruimteluchttemperatuur lager is dan het regelpunt
voor de ruimteluchttemperatuur,
-
het verschil tussen ruimtelucht- en buitenluchttem-
peratuur lager is dan de limiet voor de economizer
(d.w.z. een waarde van 7 K, te configureren door
Carrier Service),
-
de toevoerluchttemperatuur lager is dan 10°C,
-
de unit is voorzien van een buitenlucht enthalpie-
opnemer en deze een hoge enthalpie aangeeft
waardoor er geen buitenlucht kan worden toegevoerd,
•
De economizer blijft volledig open wanneer de luchtver-
versingsfunctie actief is.
•
De minimum stand van de economizer wordt aangepast
om te voldoen aan de eisen voor de luchtkwaliteit (zie 5.18).
•
De minimum stand van de economizer wordt niet hoger dan
25% wanneer de buitenluchttemperatuur lager is dan 6°C.
•
Wanneer de buitenluchttemperatuur lager is dan 15°C
worden alle compressoren afgeschakeld en is alleen vrije
koeling toegestaan.
Als de unit voorzien is van een overdrukklep, dan wordt deze
geopend als de economizer meer dan 50% geopend is (deze
limiet kan door Carrier Service worden gewijzigd.
5.17 - Luchtverversing
Deze functie werkt alleen wanneer de unit is voorzien van een
economizer. als de unit overschakelt van onbezet naar bezet
bedrijf blijft de economizer twee minuten lang volledig geopend,
op voorwaarde dat de buitenluchttemperatuur tussen 10 en
21°C ligt. Een verversingscyclus wordt niet geactiveerd wanneer
de bezette periode minder dan twee uur zal duren. Deze functie
moet door de gebruiker in het Configuratie menu worden
ingesteld. De tijdsduur van de luchtverversing en de limieten
van de buitenluchttemperaturen kunnen in het Setpointmenu
worden gewijzigd.
5.18 - Regeling van de luchtkwaliteit
Deze functie wordt gebruikt als de unit is voorzien van een
luchtkwaliteit-opnemer en een economizer. Met behulp van een
PI functie kan de stand van de economizer continu zo worden
geregeld dat de luchtkwaliteit op het setpoint wordt gehandhaafd
en wordt voorkomen dat de ruimteluchttemperatuur teveel
fluctueert (omdat de verwarmings- of koeltrappen nu niet mogen
werken). Anderzijds, als de afwijking van het te handhaven
verwarmings- of koelsetpoint meer is dan 2,2°C, wordt de functie
gedeactiveerd en gaat de economizer terug naar de ingestelde
minimum stand (30%) en de verwarmings- of koeltrappen
kunnen weer gaan werken. Regeling van de luchtkwaliteit kan
dan pas na een uur weer plaatsvinden. Deze functie werkt niet
in onbezet bedrijf.
5.19 - Regeling van de luchtvochtigheid
De uitlezing van de luchtvochtigheids-opnemer wordt vergeleken
met het setpoint om te bepalen of er moet worden bevochtigd.
Het setpoint luchtvochtigheid en de dode banden voor de bezette
en onbezette perioden kunnen worden gewijzigd in het Setpoint-
menu.
De unit gaat in bevochtigingsbedrijf werken wanneer de lucht-
vochtigheid in de ruimte lager is dan luchtvochtigheidssetpoint
plus dode band luchtvochtigheid, gedeeld door twee. Bevochti-
gingsbedrijf blijft actief zolang het setpoint lager is dan de
relatieve vochtigheid in de ruimte. Wanneer de bevochtigings-
functie actief is, wordt de bevochtigingsuitgang geactiveerd.
Een bevochtiger dient separaat te worden aangekocht.
5.20 - Master/slave systeem
Er kunnen maximaal 6 units deel uitmaken van een master/slave
systeem. Deze groep units vormt dan een zone waarin con-
flicterende status van koeling/verwarming tussen units niet is
toegestaan. De master-unit bepaalt of er in de zone gekoeld of
verwarmd moet worden. Als een van de slave-units in een ander
bedrijfstype werkt dan de master-unit, dan wordt de betreffende
unit omgeschakeld naar ventilatiebedrijf, zonder productie van
verwarming of koeling. Deze functie is niet actief in vorstbeveilig-
ingsfunctie. De functie werkt in alle bedrijfstypen. Er is een
communicatiebus nodig tussen de betreffende units en de functie
moet worden geconfigureerd door Carrier Service.
5.21 - Brandbeveiliging
Wanneer het contact van de rookmelder (normaal gesloten)
open is, wordt de unit afgeschakeld en wordt of de brandklep
gesloten of de economizerkleppen geopend.
27