3 - BESCHRIJVING VAN DE HARDWARE
3.1 - Algemeen
Figuur 1 - Regelprint
9
10
7
Verklaring:
1.
CCN connector
2.
Rode LED, status van de print
3.
Groene LED, communicatiebus SIO
4.
Oranje LED, communicatiebus CCN
5.
Externe master-print regelcontacten
6.
Externe slave-print regelcontacten
7.
Master-basisprint droge contacten
8.
Slave-basisprint droge contacten
9.
Master-basisprint NRCP
10. Slave-basisprint NRCP
Het systeem bestaat uit 1 NRCP-basisprint voor units met 1
circuit en 2 NRCP-basisprinten (een master- en een slave-print)
voor units met 2 circuits. Units met de variabel-toerental venti-
lator (optie), bevochtiging of luchtkwaliteitsopnemer gebruiken
slaveprint AUX1. Alle printen communiceren via een interne
SIO bus. De NRCP-basisprinten verwerken continu de ontvangen
informatie van de verschillende druk- en temperatuuropnemers.
Op de NRCP hoofd-basisprint is het programma opgeslagen
waarmee de machine wordt geregeld.
De gebruikers-interface bestaat uit twee display-delen met
maximaal 25 LED's en maximaal 16 toetsen (afhankelijk van
type unit). Hij is aangesloten op de hoofd-basisprint en geeft
toegang tot alle mogelijke bedrijfsparameters.
3.2 - Elektrische aansluiting van de printen
Alle printen hebben een gezamenlijke, geaarde 24 VAC
voeding.
WAARSCHUWING: Bij de aansluiting van de voeding op de
printen moet op de polariteit worden gelet, anders kunnen de
printen beschadigd worden.
4
4
1
3
2
5
8
6
Na een spanningsonderbreking wordt de unit automatisch herstart
zonder dat daarvoor een extern commando nodig is. Wanneer er
echter voorafgaand aan deze onderbreking foutmeldingen
bestonden, dan blijven deze in het geheugen bewaard, waardoor
onder bepaalde omstandigheden een circuit of de gehele unit
niet kan starten.
3.3 - LED's (lichtgevende diodes) op de printen
Alle printen controleren voortdurend de juiste werking van hun
elektronische circuits en geven dit ook aan. Op elke print gaat een
lichtgevende diode (LED) branden als de print goed werkt.
•
De rode basis-LED op de NRCP-basisprint knippert bij
correcte werking van de module met tussenpozen van ca.
2 seconden. Wanneer de LED permanent brandt op de
basisprint, of afwisselend sterk en zwak knippert, dan is
de NRCP-basisprint defect of er is een EPROM verkeerd
geplaatst.
•
Bij units met twee circuits of optieprinten knippert de
groene LED op alle printen wanneer de communicatie via
de interne bus goed verloopt. Wanneer de LED niet
knippert, moet de bedrading van de SIO-bus worden
gecontroleerd.
•
De oranje LED knippert om aan te geven dat alle commu-
nicatie verloopt via de CCN bus.
3.4 - De opnemers
Drukopnemers
Er worden twee typen elektronische opnemers gebruikt om de
zuig- en persdruk te meten in elk circuit.
Thermistors
Opnemers ruimteluchttemperatuur
Naast de standaard opnemer kunnen maximaal 2 extra opnemers
worden toegepast. Deze opnemers houden rekening met een
gemiddelde ruimtetemperatuur of van minimum en maximum
ruimtetemperaturen, afhankelijk van de configuratie.
•
Opnemer T-56 (optie): deze 10K opnemer is voorzien van:
-
een regelschuif voor setpoint-verstelling van de ruimte-
temperatuur. Als de schuif naar links wordt bewogen
(koud) dan kan het temperatuur-setpoint met 3°C
worden verlaagd. Als de schuif naar rechts wordt
bewogen (warm) dan kan het temperatuur-setpoint
met 3°C worden verhoogd (in stappen van ± 1°C).
Staat de schuif in de middelste stand dan is er geen
setpoint-verstelling.
-
een toets waarmee een bezette periode kan worden
verlengd voor een tijdsduur van 1 tot 4 uur, afhankelijk
van de overwerktijd die in het Configuratiemenu is
ingevoerd (zie 4.3.11.3).
•
Opnemer T-55 (optie: deze 10K opnemer is voorzien van
een toets waarmee een bezette periode kan worden
verlengd.
Opnemer toevoerluchttemperatuur
De regeling gebruikt deze om een constante ruimtetemperatuur
te handhaven. Dit is een Carrier 10K opnemer.
Opnemer buitenluchttemperatuur
Deze Carrier 5K opnemer regelt de economizer, de trappen
gasverwarming bij warmtepompen en, indien nodig, de ver-
stelling van het ruimtetemperatuur-setpoint.