INFORMATIE-MENU (3) (vervolg)
Menu- Formaat
Eenheden
item
13 [2]
0-6
Verklaring:
1
Dit item wordt niet afgebeeld, als het nul is.
2
Dit item wordt alleen afgebeeld bij bepaalde machineconfiguraties.
BESCHRIJVING VAN BEDRIJFSTYPEN (ITEM 1 VAN HET INFORMATIE-MENU)
Functienr. Functienaam
1
Thermostaatregeling
2
Lokaal bedrijf
3
Afstandsregeling
4
CCN-regeling
5
Inschakelvertraging actief
6
Schakelen binnenventilator
7
Nachtbedrijf
8
2e setpoint actief
9
Bedrijfstype Vorstbeveiliging geselecteerd
10
Setpoint reset actief
11
Economizer actief
12
Afpompen actief
13
Afzuigventilator actief
14
Bedrijfstype Bevochtiging actief
15
Luchtkwaliteitregeling actief
16
Capaciteitsbegrenzing actief
17
Gasverwarming activeerlimiet actief
18
Unit geregeld door een master unit
19
Rookmelder actief
20,21
Ontdooien
22
Hoge enthalpie
23
Smart start
24, 25
Beveiliging lage zuiggastemperatuur
26, 27
Hogedrukbegrenzing
28, 29
Heetgasbeveiliging in verwarmingsbedrijf
30, 31
Beveiliging lage zuiggastemperatuur
in verwarmingsbedrijf
32
Trappenregeling extra verwarming actief
Beschrijving
Status Economizer
Dit item eeft aan of de economizer actief is of niet. Zie hoofdstuk 5.15 voor de beschrijving van de economizerregeling.
0 = Beginwaarde
1 = Ecofunctie is uit
2 = Door CCN geforceerde economizerstand
3 = Ventilatorfunctie actief
4 = Economizer in minimum stand gestuurd
5 = Niet in gebruik
6 = Hoge enthalpie; economizer in minimum stand gestuurd
Beschrijving
Thermostaatregeling: tStA.
Lokaal bedrijf: Uit: LOFF, Aan: L-On, Aan op basis van tijdklok: L-Sc.
Afstandsregeling: rEM. Zie hoofdstuk 3.5. voor de beschrijving van het aan/uit contact.
CCN-regeling: CCn.
De inschakelvertraging wordt actief bij het aanschakelen van de unit. De functie blijft actief tot de vertragingstijd
is verstreken. Deze kan in Gebruikers Configuratie-menu 1 worden vastgelegd.
Dit bedrijfstype is actief als de binnenventilator wordt afgeschakeld wanneer aan het setpoint is voldaan.
Ventilatorschakeling kan worden geconfigureerd in Gebruiker Menu 1.
Deze functie moet worden ingesteld in Gebruikers Configuratie-menu 1. Zie hoofdstukken 5.10 en 4.3.11.3.
Nachtbedrijf is actief. De ventilator werkt op laag toerental (als de bedrijfscondities dit toelaten) en de capaciteit
van de unit kan worden begrensd. Zie hoofdstukken 5.9 en 4.3.11.3.
Het 2e setpoint is actief. Zie hoofdstuk 5.5.1.
Bedrijfstype Vorstbeveiliging is actief. Wanneer bedrijfstype Vorstbeveiliging werd geselecteerd, dan wordt de
unit tijdens onbezette perioden helemaal afgeschakeld. Hij mag pas weer starten wanneer bedrijfstype 5, 6, of
7 actief is, en de ruimtetemperatuur lager is dan het vorstbeveiligingssetpoint. De unit blijft in werking tot de
ruimtetemperatuur weer 1.6 K boven het vorstbeveiligingssetpoint ligt.
Setpoint reset is actief. In dit bedrijfstype gebruikt de unit de resetfunctie om het ruimtetemperatuur setpoint
aan te passen op basis van buitenluchttemperatuur. Dit geldt alleen voor koelbedrijf. De functie moet eerst
worden geconfigureerd (zie 4.3.11.3). Dit bedrijfstype is alleen actief wanneer de door het systeem berekende
resetwaarde niet 0 is.
De unit werkt in koelbedrijf in bezette periode en de buitenluchttemperatuur laat vrije koeling toe. De
economizer klep wordt zodanig stuurd dat het ruimtesetpoint gehandhaafd blijft. De compressoren mogen niet
starten wanneer de economizerklep voor minder dan 80% geopend is.
De unit komt in bedrijf voor een bezette periode die langer dan 2 uur moet duren, en de buitenluchttemperatuur
ligt binnen de door de gebruiker gedefinieerde limieten (Setpoint Menu): de economizer blijft voor een in te
stellen tijdsduur geopend (Setpoint Menu, zie hoofdstuk 4.3.8). Om het ventileren te kunnen activeren, moet de
ventilatiefunctie worden ingesteld in het Configuratie Menu (zie hoofdstuk 4.3.11.3).
De afzuigventilator komt in bedrijf, omdat de economizer stand het activeer setpoint van de afzuigventilator
heeft bereikt.
Bedrijfstype Bevochtiging is actief, omdat de relatieve vochtigheid ligt binnen het bevochtigingssetpoint minus
de dode band, gedeeld door 2 (zie hoofdstuk 5.19).
De economizer klep wordt zodanig opengestuurd dat het ruimtesetpoint gehandhaafd blijft. Deze functie wordt
gedeactiveerd wanneer het niet mogelijk is om de ruimtetemperatuur binnen aanvaardbare grenzen te houden
(zie hoofdstuk 5.16).
Capaciteitsbegrenzing is actief. In dit geval worden bepaalde unitfuncties uitgeschakeld (zie 5.9). De
capaciteitsbegrenzing wordt geregeld d.m.v. een potentialvrij
De unit werkt in verwarmingsbedrijf en mag alleen werken in bedrijfstype gasverwarming, wanneer de
buitenluchttemperatuur ligt binnen de activeerlimiet voor gasverwarming. Alleen voor warmtepompen. Zie
hoofdstuk 5.14.
De unit maakt deel uit van een master/slave opstelling, en er wordt een verschil geconstateerd tussen de
status van verwarming/koeling van de master en de slave unit. In dit geval gaat de slave unit in bedrijfstype
ventileren werken.
Het contact van de rookmelder is open. Alle functies van de unit worden gedeactiveerd. De binnenventilator
wordt afgeschakeld. Als de unit is voorzien van een-brand klep, wordt deze gesloten. Als de unit is voorzien van
een economizer, dan blijft deze 100% open.
20 - circuit A en 21 = circuit B. De unit werkt in verwarmingsbedrijf en in het betreffende circuit is de
ontdooicyclus actief.
De unit is voorzien van een contact voor buitenlucht enthalpie. Dit contact geeft een enthalpiewaarde aan
waarbij de economizer niet mag worden gebruikt.
De unit werkt in bedrijfstype Smart Start.Zie hoofdstuk 5.5.3.
24 = circuit A en 25 = circuit B. De beveiliging tegen te lage zuiggastemperatuur in de verdamper is geactiveerd.
In deze functie kan de capaciteit van het circuit niet worden verhoogd en het circuit kan worden afgeschakeld.
26 = circuit A en 27 = circuit B. De unit werkt in koelbedrijf. In het circuit is de hogedrukbegrenzing geactiveerd
omdat de ingestelde waarde van de hogedruk is overschreden. Het circuit is afgeschakeld en de circuit-
capaciteit mag niet meer stijgen. Zie hoofdstuk 5.9.
28 = circuit A en 29 = circuit B. De unit werkt in verwarmingsbedrijf en de heetgasbeveiliging is actief. In deze
functie kan de capaciteit van het circuit niet worden verhoogd en het circuit kan worden afgeschakeld of in de
ontdooifunctie gaan werken.
30 = circuit A en 31 = circuit B. De unit werkt in verwarmingsbedrijf en de beveiliging tegen te lage
zuiggastemperatuur is geactiveerd. In deze functie kan de capaciteit van het circuit niet worden verhoogd en
het circuit kan worden afgeschakeld of in de ontdooifunctie gaan werken.
De unit regelt extra verwarmingstrappen en deze zijn in werking. Zie hoofdstuk 5.14.
contact.
13