5.4 - Berekenen van de ruimteluchttemperatuur
Hiervoor kunnen 2 opnemers (waarvan 1 optioneel) worden
toegepast. Afhankelijk van de configuratie (zie hoofdstuk
4.3.11.3) wordt de temperatuur berekend als de gemiddelde
waarde van alle opnemers of van de minimum en maximum
door de opnemers gemeten waarden.
5.5 - Regelpunt ruimteluchttemperatuur
Dit regelpunt, op basis van de actieve dode band, geeft de
ruimteluchttemperatuur die de unit moet handhaven
Regelpunt ruimteluchttemperatuur = Actief ruimtetemperatuur-
setpoint + verstelling
De regeling handhaaft de ruimteluchttemperatuur op één van
de volgende niveaus:
•
regelpunt ruimtetemperatuur + [actieve dode band]/4 in
koelbedrijf, of
•
regelpunt ruimtetemperatuur - [actieve dode band]/4 in
verwarmingsbedrijf.
5.5.1 - Actief setpoint ruimteluchttemperatuur - Actieve dode
band
Actief setpoint
Actieve
ruimteluchttemperatuur dode band
Setpoint ruimtelucht-
temperatuur - bezet
Dode band bezet bedrijf
Setpoint ruimtelucht-
temperatuur - onbezet
Dode band onbezet bedrijf
Setpoint vorstbeveiliging
0°C (hysterese 1,5°C)
Bovenstaande setpoints kunnen worden gewijzigd in het
Setpointmenu.
5.5.2 - Setpoint-verstelling
Verstelling betekent dat het actieve setpoint ruimtelucht-
temperatuur wordt gewijzigd op basis van externe parameters.
Dit kan op de volgende manieren:
•
Door de gebruiker met behulp van de regelschuif op de T-56
ruimteluchttemperatuur-opnemer (optie). Instelmogelijk-
heid ±3°C in stappen van 1°C.
•
Automatisch in koelbedrijf, op basis van de buitenlucht
temperatuur (als deze functie in het Configuratiemenu is
geactiveerd). In dit geval wordt de functie meestal gebruikt
om het verschil tussen de ruimte- en buitenluchttempera-
turen te beperken om thermische schokken te voorkomen.
BELANGRIJK: Het is niet mogelijk om beide typen setpoint-
verstelling gelijktijdig toe te passen. Als de verstelling via de T-
56 opnemer niet nul is, dan wordt de verstelling op basis van
de buitenluchttemperatuur genegeerd.
5.5.3 - Smart Start
Met deze functie kan de ruimte worden verwarmd of gekoeld
voordat hij bezet wordt, zodat de ruimtetemperatuur bij aanvang
van de bezette periode het setpoint heeft bereikt. De regeling
berekent een startwaarde in minuten, op basis van een door de
gebruiker in te stellen factor (verwachte startfactor in minuten/
graden die voor de installatie moet worden ingesteld) en het
verschil tussen het setpoint en de ruimtetemperatuur. Hoe hoger
de verwachte startfactor of hoe hoger het setpointverschil, hoe
eerder de omschakeling naar bezet bedrijf plaatsvindt. De
maximum tijd bedraagt 60 minuten.
5.6 - Verwarmings-/koelbedrijf
Units met warmtepompen of extra verwarmingstrappen kunnen
in verwarmings- of koelbedrijf werken.
•
•
De regeling maakt gebruik van een hysterese die gelijk is aan
de actieve dode band, gedeeld door twee. Dit betekent dat de
unit omschakelt naar ventilatiebedrijf (d.w.z. alleen ventileren
zonder verwarming of koeling) wanneer:
•
•
Bezet
Vorst-
bedrijf?
beveiliging
•
Ja
-
•
Nee
Gedeactiveerd
Nee
Geactiveerd
5.7 - Bedrijf met vorstbeveiliging
De unit kan worden geconfigureerd (Configuratie menu) om in
onbezet bedrijf te werken met vorstbeveiliging. In dit geval
wordt de ventilator afgeschakeld en mag pas herstarten wanneer
de ruimtetemperatuur daalt beneden het vorstbeveiligings-
setpoint. Hij wordt weer afgeschakeld wanneer de temperatuur
1,5°C hoger is dan dit setpoint. Selectie van vorstbeveiliging
heeft geen invloed op de werking van de unit in bezet bedrijf.
Bedrijf met vorstbeveiliging voor onbezette perioden moet
worden ingesteld in het Configuratie menu.
Koelbedrijf is actief wanneer:
de ruimteluchttemperatuur hoger is dan: regelpunt ruimte-
luchttemperatuur + [actieve dode band]/2
Verwarmingsbedrijf is actief wanneer:
de ruimteluchttemperatuur lager is dan: regelpunt ruimte-
luchttemperatuur - [actieve dode band]/2
De unit al zijn verwarmings- of koeltrappen heeft afge-
schakeld en de ruimteluchttemperatuur ligt binnen de
limieten: regelpunt ruimteluchttemperatuur - [actieve dode
band]/2, en regelpunt ruimteluchttemperatuur + [actieve
dode band]/2.
De unit werkt in koelbedrijf en de ruimteluchttemperatuur
daalt beneden het regelpunt.
De unit werkt in verwarmingsbedrijf en de ruimtelucht-
temperatuur stijgt boven het regelpunt.
De unit maakt deel uit van een master/slave opstelling. De
master-unit werkt in koelbedrijf wanneer de slave-unit in
verwarmingsbedrijf werkt, en vice versa. In dit geval gaat
de slave-unit in ventilatiebedrijf werken.
Regelpunt ruimteluchttemperatuur
Dode band
Verwarmingsbedrijf
Standby functie
Start actief bedrijf
Einde actief bedrijf
Ruimtelucht-
Standby functie
temperatuur
Koelbedrijf
25