Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Regeling Van De Ruimteluchttemperatuur; Capaciteitsbegrenzing; Nachtbedrijf; Capaciteitsregeling - Carrier 50Az Installatie En Bediening

Voor airconditioners voor dakopstelling
Inhoudsopgave

5.8 - Regeling van de ruimteluchttemperatuur

De regeling gebruikt een master/slave regeling voor het hand-
haven van de ruimteluchttemperatuur. De functie van de eerste
kring (de externe) is het berekenen van de toevoerluchttempera-
tuur die nodig is om de ruimteluchttemperatuur te handhaven
op het setpoint ± de helft van de actieve dode band (zie 5.5).
Deze toevoerluchttemperatuur, de ventilatietemperatuur genoemd,
wordt doorgegeven aan een tweede kring (de interne). Deze
bepaalt welke koel- of verwarmingscapaciteit er nodig is om de
toevoerluchttemperatuur te handhaven op het door de externe
regelkring doorgegeven setpoint. Hierdoor kunnen de compres-
soren worden aangeschakeld en zo nodig de extra verwarmings-
trappen, of een klep in de warmwaterbatterij. De nauwkeurig-
heid van de regeling is afhankelijk van de belasting en het aantal
beschikbare trappen van de unit.
Bij deze systemen heeft de master/slave regeling als voordeel dat
de ruimteluchttemperatuur nauwkeurig kan worden geregeld
terwijl een goede respons is gegarandeerd op storende elementen
die bij niet-lineaire systemen voorkomen.
OPMERKING: In bepaalde gevallen kan Carrier Service de
regelversterkingen aanpassen aan de installatie omstandig-
heden.

5.9 - Capaciteitsbegrenzing

Gewoonlijk wordt de functie Capaciteitsbegrenzing gebruikt
door een gebouwbeheersysteem om het elektriciteitsverbruik te
beperken. Met de PRO-DIALOG-Plus regeling vindt de capaci-
teitsbegrenzing plaatsvinden door middel van een begrenzings-
signaal, dat wordt geleverd door een door de gebruiker te
specificeren potentiaalvrij contact (actief wanneer gesloten).
De actie van dit contact is afhankelijk van het type unit en de
configuratie (zie 4.3.11.3):
Omkeerbare unit met gasverwarmingstrappen: alle compres-
soren worden afgeschakeld en er wordt alleen gas gebruikt.
Omkeerbare units met warmwaterbatterij: de compressor-
trappen die mogen werken blijven beperkt tot de geconfi-
gureerde waarde en de warmwaterbatterij wordt gebruikt.
Elektrische verwarmingstrappen: de elektrische verwar-
mingstrappen die mogen werken blijven beperkt tot de
geconfigureerde waarde.
Compressortrappen: de compressortrappen die mogen
werken blijven beperkt tot de geconfigureerde waarde.
Unit in ontdooibedrijf: de elektrische verwarmingstrappen
mogen werken wanneer de configuratie dit toestaat.

5.10 - Nachtbedrijf

De nachtperiode wordt ingesteld (zie Gebruikers Configuratie-
menu) met een aanvangstijd en een eindtijd die voor iedere dag
van de week hetzelfde is. Tijdens nachtbedrijf werkt de ventilator
op laag toerental (als de bedijfscondities dit toelaten). Bovendien
kan de capaciteit van de unit voor nachtbedrijf worden verlaagd.

5.11 - Capaciteitsregeling

In verwarmings- of koelbedrijf regelt de capaciteitsregeling de
start- en stopvolgorde van de compressoren en de eventueel
benodigde capaciteitsreductie. De regeling bepaalt welke com-
26
pressor moet starten om het aantal starts voor elke compressor
te egaliseren (gebaseerd op het aantal draai-uren). Dit garan-
deert dat de compressor met het minste aantal starts het eerste
start en het eerste stopt.

5.12 - Condensordrukregeling

De juiste condensordrukregeling wordt automatisch gegarandeerd
door een ventilator met twee toerentallen (geen instelling).

5.13 - Ontdooifunctie

Wanneer de unit in verwarmingsbedrijf werkt wordt de ontdooi-
functie geactiveerd om ijsvorming op de lucht-warmtewisselaar
te voorkomen. De ontdooicyclus kan maar voor 1 circuit actief
zijn. Tijdens de ontdooicyclus worden de ventilatoren van dat
circuit afgeschakeld en de 4-weg koudemiddelklep wordt omge-
keerd waardoor de unit in koelbedrijf gaat werken. Tijdens de
ontdooicyclus kan de ventilator tijdelijk worden herstart. De
ontdooicyclus verloopt volledig automatisch en heeft geen
instelling nodig. Wanneer de ontdooicyclus plaatsvindt bij lage
buitentemperaturen voorkomt een condensaatverwarming
ijsvorming onder in de lucht-warmtewisselaar.
Opmerking: tijdens de ontdooicyclus is de binnenventilator in
bedrijf, behalve bij units met 1 circuit zonder extra verwarming
(elektrische verwarmingstrappen of warmwaterbatterij).

5.14 - Elektrische- of gasverwarmingstrappen

In verwarmings- of ontvochtigingsbedrijf kan de unit maximaal
drie elektrische- of gasverwarmingstrappen regelen.
5.14.1 - Elektrische verwarmingstrappen
Bij warmtepomp units worden de elektrische verwarmings-
trappen pas ingeschakeld wanneer de unit werkt op 100%
compressorcapaciteit. Tijdens een ontdooicyclus mogen de
elektrische verwarmingstrappen worden ingeschakeld, ongeacht
de compressorcapaciteit op dat moment.
5.14.2 - Gasverwarmingstrappen
Bij warmtepomp units kunnen de gasverwarmingstrappen niet
gelijktijdig met de compressoren in werking zijn. Gasverwarming
wordt toegepast wanneer de buitenluchttemperatuur lager is dan
1,6°C (deze limiet kan worden gewijzigd door Carrier Service).
Boven die temperatuur zijn de compressoren weer in werking
en wordt de gasverwarming afgeschakeld (hysterese 1,6°C).
5.15 - Regeling 3-weg klep van de warmwaterbatterij
De units kunnen een klep voor de warmwaterbatterij regelen.
Wanneer de unit in verwarmingsbedrijf werkt en de compressor-
capaciteit is 100%, dan wordt de klep continu zo geregeld dat
de toevoerluchttemperatuur, berekend door de externe regel-
kring, wordt gehandhaafd (zie 5.8). In koelbedrijf is deze klep
volledig geopend (totale bypass van de warmwaterbatterij). Is
de unit omkeerbaar, dan wordt de klep tijdens ontdooicycli
gesloten (toevoer naar de warmwaterbatterij).

5.16 - Economizer

De unit kan een economizer regelen die wordt gebruikt voor
koeling met verse buitenlucht wanneer de condities dit toelaten
(vrije koeling). Net als bij regeling van de elektrische- of
Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

50uzPro-dialog plus

Inhoudsopgave