3.4 De batterij van het bedieningspaneel aansluiten/vervangen
1. Draai de schroeven van het
batterijvak los.
OPMERKING: De back-upbatterij van de Enforcer 32-WE moet op aanbeveling
van de fabrikant worden vervangen. De onderdeelcode voor deze batterij is
BATT9V6/2Ah1-WE.
De batterij is een oplaadbare NiMH met 8 cellen, 2200 mAh.
Plaats de batterijen in de hiervoor bestemde ruimte en sluit de connector van de
batterij aan op de twee pennen, zoals hierboven aangegeven. Plaats het deksel
van het batterijvak weer.
Voer de batterijen af in overeenstemming met plaatselijke voorschriften.
3.5 Belangrijke opmerkingen over de installatie
Zorg ervoor dat de bedrading wordt uitgevoerd in overeenstemming met de regelgeving van het
land waar de installatie wordt uitgevoerd. In het VK zijn dit 'BS 7671 Requirements for electrical
installations' (Eisen t.a.v. elektrische installaties); 'IET Wiring Regulations' (IET
Bedradingsvoorschriften) (17e editie). Raadpleeg bij twijfel een bevoegd elektricien.
Zorg dat er wordt voorzien in een goed toegankelijke onderbreking, die wordt opgenomen in de
bedrading van de installatie van het pand, maar zich buiten de apparatuur bevindt. Deze dient zo
dicht mogelijk bij de stroomvoorziening te worden gemonteerd en een contactscheiding van
tenminste 3,0 mm te hebben.
Zorg dat de in-/uitvoermodule (I/O-kaart) die wordt gebruikt om bedrade toetsenborden, lezers,
ingangen en uitgangen op de Enforcer 32-WE aan te sluiten, uitsluitend wordt aangesloten op
circuits die werken op SELV-spanning.
Zorg er bij het aanbrengen van externe bedrading voor dat er in de installatie middelen worden
opgenomen om te voorkomen dat de SELV- of signaalcircuits in contact komen met
spanningvoerende delen van het circuit voor de stroomvoorziening. Kabels dienen in de buurt van
hun aansluitklemmen te worden vastgezet.
Het uiteinde van de gestrengde geleider mag niet met zachtsoldeer worden vastgezet op plaatsen
waar de geleider aan contactdruk kan worden blootgesteld.
Na voltooiing van de bedrading moeten kabelbandjes worden gebruikt om te voorkomen dat losse
draden een gevaar voor de veiligheid veroorzaken.
Er dienen aparte kabelbandjes en -mantels te worden gebruikt voor de bedrading van de
stroomvoorziening en SELV.
Afmetingen beschermende aansluitgeleiders: minimale doorsnede 1,5 mm².
2. Sluit de batterijen aan.
Pagina: 6
3. Sluit het batterijvak. Let er
hierbij op dat er geen
batterijkabels bekneld raken.