6.
Sondesymbool
7.
Logmarkering
8.
Label accepteren
9.
Derde LCD-regel, berichtgebied
10.
Metingseenheden
11.
Eerste LCD-regel, meetwaarden
12.
Datummarkering
13.
Status temperatuurcompensatie (NO TC, MTC, ATC)
14.
Temperatuureenheden
15.
Tweede LCD-regel, temperatuurmetingen
16.
Meeteenheden / TDS-instellingen
5.
BESCHRIJVING MA815D/1 SONDE
Belangrijkste kenmerken:
Directe signaalverwerking voor ruisvrije metingen
Nauwkeurige en geïntegreerde temperatuurmeting
1.
O-ring
2.
Plastic isolator
3.
Stalen ringen
4.
5. Sondehuls
6.
ALGEMENE HANDELINGEN
6.1.
BATTERIJBEHEER & VERVANGING
De meters worden geleverd met 3 x 1,5V alkaline AA-batterijen en zijn uitgerust
met de BEPS-functie (Battery Error Prevention System), die de meter uitschakelt
na 10 minuten niet-gebruik (zie SETUP OPTIONS, sectie Auto Off).
Bij het inschakelen voeren de instrumenten een auto-diagnostische test uit en
worden alle LCD-segmenten gedurende enkele seconden weergegeven.
Gebruik
om het batterijpercentage te controleren.
Om de batterijen te vervangen
1.
Schakel de meter uit.
2.
2. Verwijder de 4 schroeven aan de achterkant van de meter om het
batterijvak te openen.
3.
3. Verwijder de oude batterijen.
4.
Plaats de drie nieuwe 1,5V AA-batterijen en let daarbij op de polariteit.
5.
Sluit het batterijvak met de 4 schroeven.
6.2.
DE SONDE AANSLUITEN
De MA815D/1 is met de meter verbonden via een DIN-connector, waardoor het
bevestigen en verwijderen van de sonde een eenvoudig proces is.
Sluit de sonde aan op de DIN-aansluiting aan de bovenkant van de meter terwijl
de meter uitgeschakeld is.
Lijn de pinnen en de sleutel uit en duw de stekker in de aansluiting. Na de
meting schakelt u de meter uit en reinigt u de sonde voordat u deze opbergt.
6.3.
VERZORGING EN ONDERHOUD VAN DE ELEKTRODE
Als u een nieuwe elektrode gebruikt, verwijder dan de huls en inspecteer de
elektrode voor gebruik.
kalibreren
Kalibratie is de eerste stap in het verkrijgen van nauwkeurige en herhaalbare
resultaten. Zie het hoofdstuk KALIBRERING voor meer informatie.
Beste werkwijze
Gebruik altijd verse standaarden. De kalibratiestandaarden zijn gemakkelijk
vervuild.
Gebruik de standaarden niet opnieuw.
Gebruik geen standaarden waarvan de vervaldatum is verstreken.
Regelmatig onderhoud
Inspecteer de sonde op scheurtjes of andere beschadigingen. Vervang de sonde
indien nodig.
Inspecteer de o-ring van de sensor op inkepingen of andere beschadigingen.
Inspecteer de kabel. Kabel en isolatie moeten intact zijn.
Connectoren moeten schoon en droog zijn.