waarbij:
R15 de geleidbaarheidsverhouding is
CT (monster) is het niet-gecompenseerde geleidingsvermogen bij T °C
C (35, 15) = 42,914 mS/cm is het overeenkomstige geleidingsvermogen van KCI-
oplossing met een massa van 32,4356 g KCl/1 Kg oplossing
rT is de polynoom voor temperatuurcompensatie Zoutgehalte (S) wordt
gedefinieerd door de volgende vergelijking
S = - 0,08996 + 28,2929729R15 + 12,80832R 2 - - 10,67869R 3
- 10,67869R 3 + 5,98624R 4 - 1,32311R 5
15 15 15
Opmerking: De formule kan worden toegepast voor temperaturen tussen 10 en
31 °C.
9.4.
WAARSCHUWINGEN EN BERICHTEN
Meldingen tijdens kalibratie
Als er een EC-kalibratie wordt uitgevoerd, wordt de %NaCl-kalibratie
automatisch gewist. Er is een nieuwe %NaCl kalibratie nodig.
Als de meting hoger is dan de verwachte kalibratienorm, wordt het bericht
"WRONG STANDARD" (Foute standaard) weergegeven en kan de kalibratie niet
worden bevestigd. Controleer of de juiste kalibratieoplossing is gebruikt en/of
reinig de probe. Zie het hoofdstuk ONDERHOUD VAN DE PROBE voor meer
informatie.
Als de temperatuur buiten het bereik van 0,0 tot 60,0 °C valt, wordt de melding
"WRONG STANDARD TEMPERATURE" (Foute standaard temperatuur)
weergegeven. De temperatuurwaarde wordt knipperend weergegeven.
Berichten die tijdens de meting worden weergegeven
Als de saliniteitsmeting de gespecificeerde limieten overschrijdt of als de
temperatuur hoger is dan (-20 tot 120°C), wordt de melding "OUT OF SPEC"
(buiten specificaties) weergegeven.
Als een %NaCl kalibratie vereist is, verschijnt de melding "NO CAL".
Als de kalibratiewaarschuwing is ingeschakeld en het ingestelde aantal dagen is
verstreken, of als er een EC-kalibratie is uitgevoerd (waardoor de
kalibratie is uitgevoerd (waardoor de %NaCl kalibratie is gewist), wordt de
melding "CAL EXPIRED" weergegeven.
Als er geen probe is aangesloten, wordt het bericht "NO PROBE" weergegeven.
10.
LOGGEREN
De MW306 ondersteunt drie soorten loggen: handmatig loggen op verzoek,
loggen bij stabiliteit en intervalloggen. Zie Log Type in het hoofdstuk SETUP
OPTIONS.
De meter kan tot 1000 logbestanden bevatten. Tot 200 voor handmatig loggen
op verzoek, tot 200 voor stabiel loggen en tot 1000 voor intervalloggen. Zie het
hoofdstuk GEGEVENSBEHEER.
Opmerking: Een interval logging partij kan tot 600 records bevatten. Als een
interval logsessie de 600 records overschrijdt, wordt er automatisch een ander
logbestand aangemaakt.
10.1.
SOORTEN LOGGEN
Handmatig loggen op verzoek
Metingen worden gelogd telkens als op LOG/CLEAR wordt gedrukt.
Alle handmatige metingen worden opgeslagen in een enkele partij (d.w.z.
registraties die op verschillende dagen zijn gemaakt, delen dezelfde partij)
Logboek bij stabiliteit
Metingen worden elke keer vastgelegd als LOG/CLEAR wordt ingedrukt en de
stabiliteitscriteria zijn bereikt.
Stabiliteitscriteria kunnen worden ingesteld op snel, gemiddeld of nauwkeurig
Alle stabiliteitsmetingen worden in een enkele partij opgeslagen (d.w.z.
registraties die op verschillende dagen zijn gemaakt, worden in dezelfde partij
geregistreerd).
Intervalregistratie
Metingen worden continu gelogd met een ingesteld tijdsinterval (bijv. elke 5 of