product bevindt. Zorg ervoor dat u het potlood
in de daarvoor bestemde gleuf van het stift-
5
gat aan het product aanbrengt. Indien nodig
neemt u het potlood
uit het stiftgat.
5
Als tijdens het herhaald langzaam scannen op
een bepaalde plek op de wand één (of meerdere)
balkjes op het display worden weergegeven,
bevindt zich mogelijk een object in dit gedeelte
van de wand dat net is onderzocht. Vanwege
een luchtspleet in de wand (of een soortgelijk
probleem) worden niet alle volledige balkjes
weergegeven en is er een pieptoon te horen.
Scan in dit geval het gedeelte door het product
één of meerdere keren snel te bewegen. Alle
volledige balkjes en pieptonen worden bij het
scannen met snelle bewegingen op deze be-
paalde plek weergegeven en er is een pieptoon
te horen om de aanwezigheid van het gezochte
object te bevestigen.
Er zijn drie gevoeligheidsniveaus (I, II, III) bij het
zoeken naar stroomkabels (AC). Het gewenste
niveau kan met de schuifschakelaar AC sens
3
worden ingesteld. I is het laagste gevoeligheidsni-
veau, II het middelste gevoeligheidsniveau, III
is het hoogste gevoeligheidsniveau. Indien de
stroomkabel op niveau I niet wordt herkend,
schakel dan om op II of III, om het gevoelig-
heidsniveau te verhogen en voer de detectie
opnieuw uit.
Opmerking: de gevoeligheidsniveaus werken
alleen bij het zoeken naar stroomkabels (AC).
Tips voor de meting
De PUSH-toets
dient tijdens het gehele zoek-
6
proces ingedrukt te blijven (kalibratie en zoeken).
Als u te dicht bij het object of direct op het ob-
ject kalibreert, kan de kalibratie mislukken. Als
de kalibratie mislukt of als een willekeurig object
50 NL/BE