Houd de kettingzaag altijd met beide handen vast.
u
Laat de kettingzaag niet op de grond liggen. Struikel-
u
gevaar!
Rook niet en breng geen vuur of vlammen in het werk-
u
gebied. Kettingzaagstof kan zeer ontvlambaar zijn.
Druk niet op de aan/uit-schakelaar nadat het gereed-
u
schap automatisch is uitgeschakeld. Anders kan de ac-
cu beschadigd worden.
Opmerking: De kettingzaag wordt niet met olie gevuld gele-
verd. Gebruik de kettingzaag alleen nadat u het oliereservoir
met kettingolie hebt gevuld.
Het gebruik van de kettingzaag met een verkeerd af-
u
gestelde of verkeerd gespannen ketting kan tot ket-
tingbreuk, terugslag en/of letsel leiden.
Nieuwe zaagkettingen kunnen bij het eerste gebruik
u
aanzienlijk langer worden.
Controleer de kettingspanning regelmatig tijdens het
u
gebruik. Zie voor de correcte montage (zie „Monteren
van het zwaard en spannen van de zaagketting (zie
afbeeldingen B1 – B4)", Pagina 91).
Juist vasthouden van de kettingzaag (zie
afbeelding H)
Houd de kettingzaag altijd op de juiste manier vast zoals in
dit gedeelte beschreven:
– Draag geschikte antislip-kettingzaaghandschoenen voor
maximale grip en bescherming.
– Houd de zaag altijd stevig met beide handen vast wanneer
de zaag in werking is.
– Plaats uw rechterhand op de achterste handgreep en uw
linkerhand op de voorste handgreep, waarbij uw duimen
en vingers de handgrepen van de kettingzaag omsluiten.
(zie afbeelding E2)
– Houd uw gewicht in balans en plaats beide voeten op een
stevige ondergrond.
– Houd de linkerelleboog in een "gestrekte", stijve positie
om eventuele terugslagkrachten te weerstaan.
– Werk nooit met helemaal gestrekte armen en reik nooit te
ver.
– Houd de kettingzaag stevig vast en houd de linkerarm stijf
om de controle over de kettingzaag te behouden in het ge-
val van een terugslag.
– Houd de kettingzaag aan de rechterkant van uw lichaam.
– Zorg ervoor dat geen enkel deel van uw lichaam de zaag-
lijn overschrijdt. Een terugslag kan de kettingzaag terug-
werpen naar uw lichaam. (zie afbeelding H) De ketting-
zaag kan door terugslag worden teruggeslingerd naar uw
lichaam. (zie afbeelding H)
In- en uitschakelen (zie afbeelding E1)
Draag geschikte antislip-kettingzaaghandschoenen
u
voor maximale grip en bescherming.
Voor het inschakelen:
– Verwijder de kettingbescherming (16).
– Plaats de accu.
Bosch Power Tools
– Houd de kettingzaag stevig vast met beide handgrepen en
houd uw lichaam buiten het bereik van de zaagketting.
(zie afbeelding H).
Inschakelen:
– Trek aan de hendel voor de activering van de terugslag-
rem (5) van positie 2 naar positie 1 in de richting van de
voorste handgreep (4).
– Druk op de inschakelvergrendeling voor de aan/uit-scha-
kelaar (19), daarna op de aan/uit-schakelaar (2) en houd
deze ingedrukt.
– Laat de inschakelvergrendeling los zodra de kettingzaag
loopt.
– De zaagketting moet op volle snelheid draaien voordat u
aan het hout begint te werken.
Opmerking: De kettingzaag kan niet worden gestart als de
hendel voor het activeren van de terugslagrem (5) niet juist
is gedeactiveerd vóór het gebruik.
Uitschakelen:
– Laat de aan/uit-schakelaar (2) los. De inschakelvergren-
deling keert terug naar de veiligheids-/vergrendelings-
stand.
– Trek na gebruik de hendel voor de activering van de terug-
slagrem (5) van positie 1 naar positie 2 naar voren toe,
weg van de voorste handgreep (4).
Algemeen zaaggedrag (zie afbeelding F)
– Wie voor het eerst boomstammen zaagt, kan het best oe-
fenen op een zaagbok.
– Neem, terwijl de zaag is uitgeschakeld, de juiste houding
aan voor het hout.
– Start de kettingzaag en zorg ervoor dat de zaagketting op
volle snelheid draait voordat deze in contact komt met het
hout.
– Begin met zagen door de klauwaanslag (9) tegen het hout
te drukken om de zaagsnede te stabiliseren.
– Gebruik bij het zagen van dikke stammen of boomstam-
men de klauwaanslag als hefboom door de klauwaanslag
tijdens het zagen geleidelijk naar een lager punt terug te
zetten. Om dit te doen, trekt u de kettingzaag iets naar
achteren tot de klauwaanslag wordt vrijgegeven en
plaatst u de kettingzaag weer op een lager niveau om ver-
der te gaan met zagen. Trek de kettingzaag daarbij niet
volledig uit de zaagsnede.
– Laat de kettingzaag tijdens het zagen draaien en houd een
constante snelheid aan.
– Druk tijdens het zagen niet met kracht op de zaagketting,
maar laat deze werken.
– Verwijder de kettingzaag altijd van het doorgezaagde hout
terwijl de zaagketting loopt.
– Voorzichtig aan het einde van de zaagsnede. Zodra de
kettingzaag uit de zaagsnede komt, verandert de ge-
wichtskracht onverwacht. Er bestaat gevaar voor letsel
van benen en voeten.
– Laat de aan/uit-schakelaar los zodra het zagen is voltooid,
zodat de ketting tot stilstand komt en zet de terugslagrem
(5) correct in stand O (zie afbeelding E1).
Nederlands | 93
F 016 L94 910 | (13.12.2024)