4.2 Toetsenbord en display
1.
2.
8.
9.
11.
12.
Beschrijving van de elementen:
1. Grafisch LCD-scherm.
2. (Zes) led-indicatielampjes van de actieve functie; elke led signaleert de activering van de toets waarbij hij zich
bevindt.
3. Rode indicatieled (
4. Witte indicatieled ( ), brandt om te signaleren dat er elektrische spanning op de kaart staat; als hij knippert is
er spanning, maar is de pomp niet geactiveerd (zie de toets RUN/STOP verderop).
5. Groene indicatieled ( ), signalering dat de pomp in bedrijf is.
6. (Vier) toetsen SET 1-4 voor handbediende inschakeling, om direct een van de vooringestelde opbrengsten
of snelheden (setpoint) te selecteren (of deselecteren).
In de tabel van hoofdstuk 7 worden de fabriekswaarden vermeld van de setpoints die gekoppeld zijn aan
de toetsen SET1 tot en met SET4. Deze waarden zijn geschikt voor de meeste installaties, maar
kunnen desgewenst eenvoudig worden gewijzigd (zie 5.2).
7. Activeringstoets van de modus QuickClean, voor een snelle reiniging of snelle recirculatie met hoog debiet.
8. Activeringstoets van de modus Auto, voor activering van de automatische pompbediening (met tijdklok
(Timers) of bediening door externe signalen (EXT)).
9. Navigatie- en ingangstoetsen in de menus:
met de middelste toets ENTER, d.w.z. Ingang kunnen menus worden geopend en krijgt u toegang
tot de geselecteerde menu-items;
NEDERLANDS
3.
4.
), voor alarmsignaleringen (fault).
Afbeelding 6
198
6.
7.
10.
13.
5.