5.4 - Condensafvoer
Het koelen van de lucht die in de verdamper circuleert kan leiden tot de vorming van condens, waarvan de hoeveelheid varieert afhankelijk
van het vochtigheidsniveau in de lucht.
Condens moet worden afgevoerd via een afvoerpijp aan de achterkant van het apparaat naar een afvoer naar de riolering.
Om een correcte afvoer te garanderen, moeten de volgende punten in acht worden genomen:
• De afvoer moet via een sifon verlopen (de slang mag niet als sifon worden gebruikt) naar de riolering;
• Vul de sifon met water;
• De afvoerpijp moet ondergedompeld zijn in het water in de sifon;
• Er moet een minimale helling van 3° worden aangehouden;
• Het is verboden de slang te buigen;
• Sluit niet aan op een nippel.
De sifon is essentieel, omdat opkomende rioolgassen het koelsysteem van het apparaat kunnen
beschadigen als het direct op het riool wordt aangesloten!
De meegeleverde condensstop,
geleverd in het documentatiepakket,
is bevestigd aan de overloop van de
condensafvoert-stuk.
14
-
INSTALLATEURS
WARMTEPOMPBOILER 200 -270L LUCHT/WATER -
Het is verplicht om:
• Bij een kanaalinstallatie, tijdens de luchtdichtheidstest van het
gebouw, om luchtlekken te voorkomen.
• Voor installaties met een lange leiding of in gemeenschappelijke
kanalen, gekoppeld aan een anti-depressie sifon, voorkomt het
geluid veroorzaakt door water dat in de sifon wordt gezogen.
Voor een niet-gekanaalde installatie of een installatie met een korte
leiding is het niet nodig om de plug te gebruiken.
-
HANDLEIDING