Naam, toets
of label
Beschrijving,
type, toetsen
Pagina
Verplaatst de grafische cursor naar het
snijpunt van de functiegrafiek en de x-as,
toont de waarde van de wortel en plaatst
de waarde in het stapelgeheugen.
B
[«1)(GRAPH
FCH
ROOT
330
ROT
Verplaatst het object in niveau 3 naar
niveau 1.
C
STE
ROT
+ROW
Voegt een rij nullen in op de plaats van de
huidige rij.
B
[*][MATRIX] p.2
+E0OW
377
Verwijdert de huidigerij.
B [®][MATRIX] p2 -ROW
377
REPT
Kiest het TIME ALRM RPT menu (signaal
herhalen).
RR
Roteert één bit rechtsom.
C
EASE p2FRR
229
RRB
Roteert één byte rechtsom.
c
BASE p2 RRB
229
RSD
Berekent een correctie voor de oplossing
van een stelsel van vergelijkingen.
C
MATR RSD
387
RULES
Activeert het RULES transformatie menu
voor het aangegeven object.
B
[«)([EQUATION] [¢] RULES
427
832
Bewerkingsindex