Inhoud
Deel 4:
Programmeren
25
498
500
500
502
503
504
510
512
515
516
518
518
26
520
522
523
525
526
526
526
528
530
Basis voor het programmeren
Het invoeren en uitvoeren van een programma
Een programma invoeren
Het uitvoeren van een programma.
Het wijzigen van een programma
Het gebruik van lokale variabelen.
Programma's die gegevens in het stapelgeheugen
manipuleren
Het gebruik van subroutines
Een programma stap voor stap uitvoeren
Stap voor stap uitvoeren vanaf het begin van het
programma
Een programma halverwege stap voor stap uitvoeren
Subroutines stap voor stap uitvoeren
Tests en voorwaardelijke structuren
Programmatests
Vergelijkingsfuncties
Logische functies
Het testen van objecttypes
Voorwaardelijke structuren
De IF...THEN... .END structuur
De IF...THEN... .ELSE.. .END structuur
De CASE... .END structuur
inhoud
491