Gebruikersvlaggen worden niet door ingebouwde bewerkingen gebruikt;
hun werking hangt af van de definitie die u eraan tockent. Als u een
gebruikersvlag met een nummer van 1 tot 5 activeert, wordt ook de
bijbehorende indicator geactiveerd. (Let erop dat insteekkaarten, zoals
beschreven in hoofdstuk 34, de instelling van gebruikersvlaggen 31 — 64
kunnen beinvloeden.)
Het activeren, deactiveren en testen van
vlaggen
De volgende commando's gebruiken als argument een vlagnummer: een
geheel getal van 1 tot en met 64 (voor gebruikersvlaggen), of van —1 tot
en met —64 (voor systeemvlaggen).
Commando's voor viaggen
Toetsen
Program-
Beschrijving
meerbaar
commando
TEST(pagina 3) (of [*][MODES] pagina 2 en 3):
SF
SF
Activeert de viag.
CF
Deactiveert de viag.
FS?
Geeft de uitkomst 'waar' (1) als de
vlag actief is, of 'niet waar' (3) als de
vlag niet actiefis.
"FL
FC?
Geeft de uitkomst 'waar' (1) als de
vlag niet actief is, of 'niet waar' (2) als
de viag actief is.
F82C
FS?C
Test de viag (geeft 'waar' als de viag
actief is) en deactiveert deze
vervolgens.
'FC2C
FC?C
Test de vlag (geeft 'waar' als de viag
niet actief is) en deactiveert deze
vervolgens.
Voorbeeld: het testen van een systeemvlag. Het volgende
programmastelt een signaal in voor 6 juni, 1991 om 17.05. Eersttest het
de status van systeemvlag —42 (de vlag voor de datumaanduiding) in een
550
28: Viaggen