Het commando WAIT met -1 als argument
Het commando WAIT met —1 als argument werkt op dezelfde wijze als
met 0 als argument, maar nu wordt ook het aangegeven menu getoond.
Hierdoor kunt u een menu waarin de gebruiker om invoer wordt
gevraagd, samenstellen en weergeven als het programma tijdelijk is
gestopt. (Let erop dat dat een met MENU of TMENU samengesteld
menu gewoonlijk pas wordt getoond als het programma is be€indigd of
met HALT onderbroken.)
Het commando KEY
Een programma kan vragen om een eenvoudige "ja-nee" beslissing met
het commando KEY in een onbepaalde lus en een string-test. (Structuren
met een onbepaalde lus worden behandeld in hoofdstuk 27. Tests worden
besproken in hoofdstuk 26.) Als de lus begint, plaatst KEY het resultaat
"niet waar" (2) in niveau 1 totdat u op een toets drukt. Als u op een toets
drukt, geeft KEY hetuit twee cijfers bestaande nummer dat de positie van
de toetst op het toetsenbord aangeeft, en plaatst het een "waar" resultaat
(1) in niveau 1. Als u bijvoorbeeld KEY in een onbepaalde lus gebruikt en
op
drukt, plaatst KEY 51 in niveau 2 en de uitkomst "waar" 1
in niveau 1.
Het volgende programmasegmentplaatst 1 in niveau 1 als u op
drukt,
of @ als u op een andere toets drukt:
« ... [DO UHMTIL KEY EMD 93 SAME ... *
(Let op dat KEY slechts een uit twee cijfers bestaand positiecnummer
geeft (Rij/Kolom), in tegenstelling tot WAIT, dat een uit drie cijfers
bestaand nummer geeft dat de positie van shift- en alfatoetsen aanduidt.
Als u dus op [*] drukt, geeft KEY 71, terwijl bij WAIT (*] op zichzelf
geen geldige toetsaanslag is.)
29: Interactieve programma's
577