PrET:]PROE]HYP MATH]UECTR] ERE
Het = teken in het voorgaande programma wordt door de calculator
gebruikt om het « teken (niewe regel) weer te geven nadat een
programma in het stapelgeheugenis ingevoerd.
Het commando INPUT
INPUT wordt gebruikt om te vragen om gegevensinvoer, als de
programmeur niet wil dat de gebruiker toegang heeft tot bewerkingen in
het stapelgeheugen. Bekijk het volgende programma:
« "Haam wariabele?"
"VAR"
IHFPUT =
Als dit programma wordt uitgevoerd, ziet u het volgende:
PRG
{ HOME }
Naam variabele?
: VAR: ¢
PHETE[ PROE HVP[MATEJVECTE] ERE| |
1. Het display-gebied voor het stapelgeheugenis leeggemaakt, en de
string in niveau 2, Haam wariabele?, staat bovenaan het
display-gebied van het stapelgeheugen. De string uit niveau 2 heet
vraag-string.
2. De string uit niveau 1, :%AF, staat op de commandoregel. De
string uit niveau 1 heet commandoregel-string. De Programma
invoermodus wordt geactiveerd en de Invoeg cursor wordt achter de
string geplaatst. Het programma is nu tijdelijk gestopt zodat u
gegevens kunt invoeren.
3. De uitvoering van het programma wordt voortgezet door op
te drukken. De inhoud van de commandoregel wordt als
560
29: Interactieve programma's