De ingestelde rijsnelheid verlagen
■ Draai het stelwiel naar SET/- en
houd vast. Uw auto verlaagt de rij‐
snelheid. Laat het stelwiel los bij de
gewenste rijsnelheid.
■ Draai het stelwiel naar SET/- en
laat meteen los. De rijsnelheid zal
afnemen met 1~2 km/u.
De rijsnelheid tijdelijk verhogen
Als u tijdelijk sneller wilt rijden terwijl
cruise control aan is, trapt u het gas‐
pedaal in. De verhoging van de rij‐
snelheid verstoort de werking van
cruise control niet en wijzigt de inge‐
stelde rijsnelheid niet.
Om weer terug te gaan naar de inge‐
stelde rijsnelheid, haalt u uw voet van
het gaspedaal.
Tijdelijk uitschakelen
■ y wordt ingedrukt
■ de rijsnelheid daalt tot onder ca.
20 km/u
■ het rempedaal wordt ingetrapt
■ het koppelingspedaal wordt langer
dan een aantal seconden ingedrukt
■ de keuzehendel staat in de stand N
Opgeslagen snelheid hervatten
Wanneer het cruise control-systeem
nog ingeschakeld is, wordt bij indruk‐
ken van de RES/+ knop automatisch
de laatst ingestelde rijsnelheid aan‐
gehouden.
Deactivering
Druk m in, de controlelamp m dooft.
De cruise control is gedeactiveerd.
Systeem voor
snelheidsbegrenzing
Het systeem voor snelheidsbegren‐
zing kent een maximale rijsnelheid
aan de auto toe. Bij overschrijding
Rijden en bediening
van die maximumsnelheid wordt de
bestuurder hierover geïnformeerd via
een controlelamp of een geluidssig‐
naal.
Snelheid instellen
1. Druk op Z om het systeem voor
snelheidsbegrenzing aan te zet‐
ten. De controlelamp LIM gaat
branden.
2. Accelereer tot de gewenste snel‐
heid.
187