Knippert
Het systeem is actief bezig. Het mo‐
torvermogen kan worden begrensd
en de auto kan automatisch iets wor‐
den afgeremd.
Elektronische stabiliteitsregeling
3 185.
Elektronische
stabiliteitsregeling UIT
a brandt geel.
Brandt bij uitgeschakeld systeem.
Traction Control-systeem
UIT
k brandt geel.
Brandt bij uitgeschakeld systeem.
Koelvloeistoftemperatuur
W brandt rood.
Dit controlelampje geeft aan wanneer
de koelvloeistoftemperatuur te hoog
is.
Instrumenten en bedieningsorganen
Wanneer onder normale omstandig‐
heden met de auto hebt gereden, ver‐
laat u de weg, stopt u de auto en laat
u de motor enkele minuten stationair
draaien.
Als het lampje niet dooft, moet u de
motor uitzetten en zo snel mogelijk
naar een werkplaats gaan. Wij advi‐
seren u contact op te nemen met een
erkende werkplaats.
Voorgloeien en roetfilter
Verklikkerlicht voorverwarming
! brandt geel.
Brandt wanneer de voorgloeifunctie
geactiveerd is. Als de lamp uit gaat,
kan de motor worden gestart.
Verklikkerlicht roetfilter
% knippert geel.
Knippert wanneer het roetfilter gerei‐
nigd moet worden en de eerdere rij‐
omstandigheden geen automatische
reiniging toelieten. Verder rijden en
het motortoerental zo mogelijk niet
onder 2000/min laten dalen. Het dooft
zodra de zelfreiniging is afgerond.
Zie Roetfilter 3 175.
Bandenspanningscontro‐
lesysteem
A brandt geel.
Brandt na het inschakelen van het
contact en dooft vlak na het aanslaan
van de motor.
Als A onderweg oplicht, detecteert
het bandenspanningscontrolesys‐
teem dat de spanning in één of meer
van uw banden aanzienlijk te laag is.
Stop op een veilige plek, controleer
de banden en breng de banden op de
spanningswaarden zoals aanbevolen
op het bandenspanningswaardenla‐
bel.
Als het systeem een defect detec‐
teert, knippert A gedurende ongeveer
één minuut en blijft het gedurende de
rest van de contactcyclus branden.
A brandt totdat het probleem verhol‐
pen is. Laat de auto door een werk‐
plaats nakijken.
81