Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
248
Verzorging van de auto
Sleepoog inschroeven en tot aan de
aanslag in horizontale stand vast‐
draaien.
Sleepkabel – beter is een sleepstang
– aan sleepoog bevestigen.
Sleepoog alleen gebruiken om de
auto weg te slepen en niet om deze
te bergen.
Ontsteking inschakelen om het stuur‐
slot op te heffen en remlichten, claxon
en voorruitwisser te kunnen bedie‐
nen.
Versnellingsbak in neutrale stand.
Voorzichtig
Langzaam wegrijden. Schok‐
kende bewegingen vermijden.
Buitensporige trekkrachten kun‐
nen de auto beschadigen.
Bij uitgeschakelde motor gaat rem‐
men en sturen aanmerkelijk zwaar‐
der.
Luchtrecirculatiesysteem inschake‐
len en ruiten sluiten, zodat er geen
uitlaatgassen van de slepende auto
kunnen binnendringen.
Auto's met automatische versnel‐
lingsbak: Sleep de auto niet met be‐
hulp van het sleepoog.
Slepen met een sleepkabel kan ern‐
stige schade aan de automatische
versnellingsbak veroorzaken. Wan‐
neer een auto met automatische ver‐
snellingsbak moet worden gesleept,
gebruikt u een autoambulance of een
dolly.
Auto's met handgeschakelde ver‐
snellingsbak: De auto moet voor‐
waarts worden gesleept, niet sneller
dan 88 km/u. Anders of ingeval de
transmissie defect is, moet de vooras
worden opgetild.
De hulp van een werkplaats inroepen.
Na het slepen verwijdert u het sleep‐
oog.
Afdekking insteken en afdekking slui‐
ten.

Andere auto slepen

Afdekking losmaken door erop te
drukken en de afdekking te verwijde‐
ren. Het sleepoog is opgeborgen bij
het boordgereedschap 3 231.
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave