Automatische
portiervergrendeling
Wanneer geen enkel portier wordt ge‐
opend of de contactsleutel niet in de
stand ACC of ON wordt gezet binnen
3 minuten nadat de portieren zijn ont‐
grendeld via de handzender, worden
alle portieren weer vergrendeld en
wordt het diefstalalarmsysteem auto‐
matisch ingeschakeld.
Automatische
portierontgrendeling
Alle portieren ontgrendelen automa‐
tisch zodra de botsingsensoren een
botsingsignaal ontvangen terwijl het
contact is ingeschakeld.
Wel zullen de portieren mogelijk niet
ontgrendelen als er mechanische
problemen zijn opgetreden met het
systeem voor portiervergrendeling of
met het accuvoedingsysteem.
Startbeveiliging
De startbeveiliging voorziet in een bij‐
komende antidiefstalbeveiliging van
de auto waarin deze is geïnstalleerd
en voorkomt dat de auto wordt gestart
door personen die hiertoe niet be‐
voegd zijn. De geldige sleutel voor
een auto die is uitgerust met een
startbeveiliging is een contactsleutel
met ingebouwde zender die elektro‐
nisch is gecodeerd. De zender is on‐
zichtbaar in de contactsleutel ge‐
plaatst.
Alleen met sleutels met een geldige
transpondercode kan de motor wor‐
den gestart.
Met ongeldige sleutels kunnen alleen
de portieren worden geopend.
De startonderbreker treedt automa‐
tisch in werking als het contact in
stand LOCK wordt gezet en de sleutel
uit het contactslot wordt verwijderd.
Zodra het systeem voor startbeveili‐
ging bij ingeschakeld contact een sto‐
ring constateert, zal de controlelamp
voor startbeveiliging gaan knipperen
of branden en zal de motor niet star‐
ten.
Laat de auto controleren door uw er‐
kende reparatiebedrijf.
Sleutels, portieren en ruiten
Let op
Tik op het portierslot of verwarm de
sleutel als het portier onder koude
weersomstandigheden niet opent
door bevriezing van het portierslot.
29