Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave
38
Stoelen, veiligheidssystemen
■ Met schouders zo ver mogelijk te‐
gen de rugleuning zitten. Stel de
hoek van de rugleuning zo in dat u
het stuurwiel gemakkelijk met licht
gebogen armen kunt vastpakken.
Bij het verdraaien van het stuurwiel,
contact blijven houden tussen
schouders en rugleuning. De rug‐
leuning mag niet te ver achterover‐
hellen. De aanbevolen hellings‐
hoek bedraagt maximaal ca. 25°.
■ Stuurwiel instellen 3 66.
■ Zithoogte zo instellen, dat u
rondom een goed zicht hebt en alle
instrumenten goed kunt aflezen.
Tussen hoofd en dakframe moet
minstens een handbreed tussen‐
ruimte zitten. Uw dijen dienen licht
op de zitting rusten, zonder druk uit
te oefenen.
■ Hoofdsteun instellen 3 36.
■ Hoogte veiligheidsgordel instellen
3 41.
Stoelverstelling
9 Gevaar
Altijd op minstens 25 cm afstand
van het stuurwiel zitten zodat de
airbag veilig in werking kan treden.
9 Waarschuwing
Stoelen nooit tijdens het rijden ver‐
stellen, omdat ze ongecontroleerd
kunnen bewegen.

Zitpositie

Om de stoel naar voren of achteren te
verstellen, trekt u aan de handgreep
en schuift u de stoel in de gewenste
positie.
Laat de handgreep los en controleer
of de stoel in deze stand is vergren‐
deld.
Rugleuning voorstoelen
Aan de hendel trekken, de rugleuning
instellen en de hendel loslaten. De
stoel hoorbaar laten vastklikken.
Bij het verstellen de rugleuning niet
belasten.
Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave