5-8 NOODGEVALLEN
12. Ontkoppel de stekker (8) van de extra
voedingsaansluiting in de auto.
13. Draai de afdichtmiddel-/luchtslang (7)
linksom van het ventiel.
14. Breng de ventieldop weer aan.
15. Berg de afdichtmiddel-/luchtslang (7) en
de voedingstekker (8) weer op hun
oorspronkelijke plaats op.
16. Als u de lekke band op de aanbevolen
spanning hebt kunnen brengen, haalt u
het etiket met de maximumsnelheid van
de fles afdichtmiddel (5) en brengt u het
op een goed zichtbare locatie aan.
Overschrijd de snelheid op dit etiket niet
totdat de beschadigde band gerepareerd
of vervangen is.
17. Berg de uitrusting weer op de
oorspronkelijke plek in de auto op.
18. Rijd meteen 8 km om het afdichtmiddel
goed in de band te verdelen.
19. Stop op een veilige plek en controleer de
bandenspanning. Zie de stappen 1 t/m
11 onder
"Band
(niet
lek)
afdichtmiddel- en compressorset zonder
afdichtmiddel op spanning brengen."
Rijd
niet
meer
verder
als
bandenspanning meer dan 68 kPa onder
de aanbevolen bandenspanning gedaald
is. De band is te zeer beschadigd en
afdichten van de band met het
afdichtmiddel is niet mogelijk.
Breng de band op de aanbevolen spanning
als de bandenspanning niet meer
dan 68 kPa onder de aanbevolen
bandenspanning gedaald is.
20. Veeg eventuele resten afdichtmiddel van
het wiel, de band of de auto.
21. Bied de lege fles afdichtmiddel (5) en de
afdichtmiddel-/luchtslang (7) compleet
aan bij een plaatselijke dealer of volgens
plaatselijke regelingen.
22. Vervang deze door een nieuwe fles die bij
uw dealer verkrijgbaar is.
23. Laat de band na het provisorisch plakken
met
met de afdichtmiddel- en compressorset
binnen maximaal 161 km bij een erkende
dealer repareren of vervangen.
de