2. Draai de auto langzaam 1 complete cirkel
binnen 90 seconden, waarna de kalibratie
is voltooid.
3. Wanneer de kalibratie voltooid is, knippert
de kompasweergave niet meer. U kunt in
elke gewenste richting draaien, linksom of
rechtsom.
Als er onvoldoende ruimte is om 1 cirkel
te maken, draait u de auto rond zoals in
onderstaande afbeelding wordt getoond.
L7D2102A
Vrijgavevoorwaarden voor de
Vrijgavevoorwaarden voor de
Vrijgavevoorwaarden voor de
Vrijgavevoorwaarden voor de
Vrijgavevoorwaarden voor de
kompaskalibratie
kompaskalibratie
kompaskalibratie
kompaskalibratie
kompaskalibratie
• Druk de SET-knop tweemaal continu in.
• Wanneer de auto binnen 90 seconden
nadat de kalibratiemodus is gestart, geen
volledige cirkel heeft gemaakt.
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
• • • • • De richting wordt aangegeven tijdens
De richting wordt aangegeven tijdens
De richting wordt aangegeven tijdens
De richting wordt aangegeven tijdens
De richting wordt aangegeven tijdens
het rijden.
het rijden.
het rijden.
het rijden.
het rijden.
• • • • • Wanneer het kompasdisplay blijft
Wanneer het kompasdisplay blijft
Wanneer het kompasdisplay blijft
Wanneer het kompasdisplay blijft
Wanneer het kompasdisplay blijft
knipperen, maakt u opnieuw langzaam
knipperen, maakt u opnieuw langzaam
knipperen, maakt u opnieuw langzaam
knipperen, maakt u opnieuw langzaam
knipperen, maakt u opnieuw langzaam
een bocht tot het display stopt met
een bocht tot het display stopt met
een bocht tot het display stopt met
een bocht tot het display stopt met
een bocht tot het display stopt met
knipperen.
knipperen.
knipperen.
knipperen.
knipperen.
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
AANWIJZING
In de kompaskalibratiemodus drukt u
In de kompaskalibratiemodus drukt u
In de kompaskalibratiemodus drukt u
In de kompaskalibratiemodus drukt u
In de kompaskalibratiemodus drukt u
de SET
de SET
de SET-knop in om de doorbuigings
de SET
de SET
-knop in om de doorbuigings
-knop in om de doorbuigings
-knop in om de doorbuigings- - - - -
-knop in om de doorbuigings
kalibratiemodus in te schakelen. Druk
kalibratiemodus in te schakelen. Druk
kalibratiemodus in te schakelen. Druk
kalibratiemodus in te schakelen. Druk
kalibratiemodus in te schakelen. Druk
op dat moment op de R R R R R of of of of of C C C C C om de
op dat moment op de
op dat moment op de
op dat moment op de
op dat moment op de
om de
om de
om de
om de
kalibratiewaarde voor de doorbuiging
kalibratiewaarde voor de doorbuiging
kalibratiewaarde voor de doorbuiging
kalibratiewaarde voor de doorbuiging
kalibratiewaarde voor de doorbuiging
aan te passen.
aan te passen.
aan te passen.
aan te passen.
aan te passen.
INSTRUMENTEN EN BEDIENINGSORGANEN 2-31
Z
Z
Z
Z
Z
OPMERKING
OPMERKING
OPMERKING
OPMERKING
OPMERKING
Als er mobiele telefoons of magnetische
Als er mobiele telefoons of magnetische
Als er mobiele telefoons of magnetische
Als er mobiele telefoons of magnetische
Als er mobiele telefoons of magnetische
elementen rond de DIC aanwezig zijn,
elementen rond de DIC aanwezig zijn,
elementen rond de DIC aanwezig zijn,
elementen rond de DIC aanwezig zijn,
elementen rond de DIC aanwezig zijn,
werkt het kompas wellicht niet correct.
werkt het kompas wellicht niet correct.
werkt het kompas wellicht niet correct.
werkt het kompas wellicht niet correct.
werkt het kompas wellicht niet correct.