TESTO 110 (0560 0110) Handleiding

Inhoud

Over dit document

  • De gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van het instrument.
  • Houd deze documentatie bij de hand, zodat u deze indien nodig kunt raadplegen.
  • Gebruik altijd de volledige originele gebruiksaanwijzing.
  • Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door en raak vertrouwd met het product voordat u het in gebruik neemt.
  • Geef deze gebruiksaanwijzing door aan alle volgende gebruikers van het product.
  • Besteed bijzondere aandacht aan de veiligheidsinstructies en waarschuwingen om letsel en schade aan het product te voorkomen.

Productspecifieke informatie

  • Voer geen metingen uit aan onder spanning staande onderdelen.
  • Stel handgrepen en toevoerleidingen niet bloot aan temperaturen hoger dan 70 °C, tenzij ze uitdrukkelijk zijn goedgekeurd voor hogere temperaturen. Temperatuurspecificaties op probes/sensoren verwijzen alleen naar het meetbereik van het sensorsysteem.
  • Open het meetinstrument alleen als dit uitdrukkelijk wordt beschreven in de documentatie voor onderhouds- of service doeleinden.

Beoogd gebruik

De testo 110 is een compact meetinstrument voor het meten van temperaturen. Het is alleen bedoeld voor gebruik binnenshuis.

Het product is ontworpen voor de volgende taken/gebieden:

  • Voedingssector
  • Laboratoriumsector

Het product mag niet worden gebruikt in de volgende gebieden:

  • In potentieel explosieve omgevingen
  • Voor diagnostische metingen in de medische sector

informatie De volgende productcomponenten zijn ontworpen voor continu contact met voedingsmiddelen in overeenstemming met Verordening (EG) 1935/2004:

vanaf de punt van de meetsonde tot 1 cm voor de sondehandgreep of de plastic behuizing. Indien van toepassing, dient de informatie over penetratiedieptes in de gebruiksaanwijzing of de markering(en) op de meetsonde te worden opgemerkt.

Productbeschrijving

Instrumentoverzicht

Productbeschrijving - Instrumentoverzicht

  1. Bedieningstoetsen
  2. Display
  3. Aansluiting voor NTC- of Pt100-sonde met TUC-connector
  4. Luidspreker voor alarmsignaal
  5. Batterijvak

Uitleg van de pictogrammen

waarschuwing Raadpleeg de gebruiksaanwijzing

Eerste stappen

Batterijen plaatsen/vervangen


Ernstig risico op letsel bij de gebruiker en/of vernieling van het instrument. Er bestaat explosiegevaar als de batterijen worden vervangen door batterijen van het verkeerde type.

  • Gebruik uitsluitend niet-oplaadbare alkalinebatterijen.

Het instrument is uitgeschakeld.

  1. Open het batterijvak (aan de achterkant van het instrument) via de kliksluiting.
  2. Plaats de batterijen (3 x AA alkalinebatterijen) of vervang ze.
    Let op de polariteit!
  3. Sluit het batterijvak.

informatie Bij langdurig niet-gebruik: verwijder de batterijen.

Symbolen uitleg

Laat kinderen jonger dan 6 jaar niet met batterijen spelen.
Gooi batterijen niet bij het afval.
Laad batterijen niet op.
Plaats batterijen niet in de buurt van vuur.
Batterijen zijn recyclebaar.

Het product leren kennen

Sondes aansluiten

Plug-in sondes kunnen worden aangesloten via de sonde-aansluiting(en) op de kop van het instrument.

  1. Steek de connector van de sonde in de sonde-aansluiting van het meetinstrument.

Het instrument in- en uitschakelen

Inschakelen

  1. Houd de Aan/Uit-toets (2 sec) ingedrukt.
    • De meetweergave wordt geopend:
      De huidige waarde wordt weergegeven of ----- licht op als er geen waarde beschikbaar is.

Uitschakelen

  1. Houd de Aan/Uit-toets (2 sec) ingedrukt.
    • Het display wordt uitgeschakeld.

De displayverlichting in- en uitschakelen

Het meetinstrument is ingeschakeld.

  1. Houd de MENU/ENTER-toets (2 sec) ingedrukt.
    • De displayverlichting wordt in- of uitgeschakeld.

Een Bluetooth®-verbinding tot stand brengen

informatie Het instrument kan via een Bluetooth ®-verbinding met de testo Smart App worden verbonden

Het meetinstrument is ingeschakeld.

  • Om de Bluetooth®-verbinding voor de eerste keer in te schakelen, houdt u de -toets (ca. 2 sec) ingedrukt.

    Terwijl het instrument probeert een Bluetooth®-verbinding tot stand te brengen, knippert het -pictogram op het display.
    Bluetooth® blijft ingeschakeld totdat het handmatig wordt uitgeschakeld door de -toets (ca. 2 sec) ingedrukt te houden.
    Het meetinstrument slaat de Bluetooth®-instelling op en start, afhankelijk van de configuratie, met Bluetooth® ingeschakeld of uitgeschakeld.

Een Bluetooth®-verbinding tot stand brengen met de testo Smart App

informatie Om een verbinding via Bluetooth ® tot stand te brengen, hebt u een tablet of smartphone nodig waarop de Testo Smart App al is geïnstalleerd.

U kunt de app voor iOS-instrumenten in de App Store downloaden
www.apple.com

of voor Android-instrumenten in de Play Store.
play.google.com

Compatibiliteit:
Vereist iOS 13.0 of later/Android 8.0 of later, vereist Bluetooth ® 4.2.

Bluetooth ® is ingeschakeld in het meetinstrument.

  1. Open de testo Smart App.
    • De app zoekt automatisch naar Bluetooth ®-apparaten in de buurt.
  2. Controleer in het menu Sensoren of het vereiste instrument is aangesloten.
    • Schakel indien nodig het aan te sluiten instrument uit en weer in om de verbindingsmodule opnieuw te starten.
    • Wanneer de testo Smart App is verbonden met het meetinstrument, verschijnt het -pictogram op het display van het meetinstrument.
      Het meetinstrument synchroniseert automatisch de datum- en tijdinstellingen met de testo Smart App.
      Eenmaal succesvol verbonden, verschijnt de huidige meetwaarde van het meetinstrument op het appscherm in de Live-weergave.

Het product gebruiken

informatie Om technische redenen verbetert de nauwkeurigheid van de sensor naarmate de sensor langer in bedrijf is.

Voor nauwkeurige metingen in ppm of kalibraties moet het apparaat minstens 10 minuten zijn ingeschakeld (na de opwarmfase).

Houd er rekening mee dat het instrument zichzelf standaard uitschakelt na 10 minuten inactiviteit. Dit kunt u voorkomen door de Auto-off functie uit te schakelen (zie hoofdstuk "Sondes aansluiten").

informatie Aanstekers zijn slechts in beperkte mate geschikt voor een functietest vanwege de verschillende vloeibaarmengsels die in commerciële aanstekers worden gebruikt en de selectiviteit van de sensor op basis van de gasinstelling (GAS-knop).

Bedieningselementen op het meetinstrument

  • Het instrument is ingeschakeld.
  • naar het instrument via Bluetooth
    De testo Smart App is op de smartphone geïnstalleerd en via Bluetooth ® met het instrument verbonden.
    • Instellingen en bedieningselementen worden ofwel op het instrument, ofwel via de app geïmplementeerd.

informatie Als het meetinstrument met de testo Smart App is verbonden, kunnen instellingen alleen via de app worden uitgevoerd. Het meetinstrument blijft dan in de meetweergave en andere menu's, bijvoorbeeld Instellingen, kunnen niet worden geopend.

  1. Aan/Uit / MODE/END-toets
  2. Bluetooth® / -toets
  3. Batterij-indicator
  4. Geselecteerde eenheid
  5. Huidige meetwaarde
  6. Print / -toets
  7. Verlichting / MENU/ENTER-toets

Instellingen implementeren

Functies selecteren, openen en instellen

  1. Druk op de betreffende toets om de functies te selecteren

Secundaire toewijzing (lang drukken)
Alle toetsen met een grijze hoek hebben een secundaire toewijzing, die kan worden geselecteerd door de toets langer ingedrukt te houden (2 sec).

Instelbare functies

informatie Zorg voor correcte instellingen: alle instellingen worden direct overgedragen. Er is geen functie Annuleren.

Functie Instellingsopties/opmerkingen
Bluetooth® (lang drukken)
Schakel de Bluetooth®-verbinding in of uit
Pijl naar links

Bevries meting (HOLD-functie), geef maximum/minimum waarde weer.

In configuratiemodus:
Waarde verlagen, optie selecteren

Aan/Uit (lang drukken)
Schakelt het instrument in of uit
MODE/END
Selecteer of beëindig meerpunts- of continue gemiddelde berekening.
Displayverlichting (lang drukken)
UIT (displayverlichting niet actief) of AAN (displayverlichting actief)
MENU/ENTER

Open configuratiemodus

Start continue meting / neem meerpuntsmetingen op
(Bediening ook rechtstreeks op het meetinstrument mogelijk als het met de app is verbonden)

In configuratiemodus: Bevestig invoer

Print (lang drukken)
Voer metingen uit via een externe printer
Pijl naar rechts
In configuratiemodus:
Waarde verhogen, optie selecteren

Configuratiemodus openen

Het instrument is ingeschakeld en bevindt zich in de meetweergave.

  1. Druk op MENU/ENTER tot het display verandert.
    • Het instrument bevindt zich nu in de configuratiemodus.
    • Druk op MENU/ENTER om naar de volgende functie te schakelen. U kunt de configuratiemodus op elk moment verlaten. Druk hiervoor op MODE/END tot het instrument is teruggekeerd naar de meetweergave. Alle wijzigingen die al in de configuratiemodus zijn aangebracht, worden opgeslagen.

De eenheid instellen

De configuratiemodus is open, "UNITS" wordt weergegeven.

  1. Druk op / om te kiezen tussen metrische ("METR") en imperiale ("IMPER") meeteenheden en bevestig met MENU/ENTER.
    • De momenteel ingestelde eenheid knippert.
  2. Druk op / om de vereiste eenheid in te stellen en bevestig met MENU/ENTER.

Alarmdrempels instellen

De configuratiemodus is open, " min" wordt weergegeven.

  1. Druk op / om de lagere alarmdrempelwaarde in te stellen en bevestig met MENU/ENTER.
    • " " max" wordt weergegeven.
  2. Druk op / om de bovenste alarmdrempelwaarde in te stellen en bevestig met MENU/ENTER.

Het alarmgeluid instellen

De configuratiemodus is open, "" wordt weergegeven.

  1. Druk op / om het alarmgeluid in/uit te schakelen ("ON" / "OFF") en bevestig met MENU/ENTER.

Een reset van de instellingenmenu's uitvoeren

De configuratiemodus is open, "M. RES" (menu reset) wordt weergegeven.

  1. Druk op / om de vereiste optie te selecteren en bevestig met MENU/ENTER:
    • NO: Geen reset uitvoeren.
    • YES: Reset uitvoeren. Alle verborgen menu's die via de testo Smart App verborgen waren, worden opnieuw weergegeven.
  • Het instrument keert terug naar de meetweergave.

Een reset van het meetinstrument uitvoeren

De configuratiemodus is open, "RESET" wordt weergegeven.

  1. Druk op / om de vereiste optie te selecteren en bevestig met MENU/ENTER:
    • NO: Geen reset uitvoeren.
    • YES: Reset uitvoeren. Het instrument wordt teruggezet naar de fabrieksinstellingen.
  • Het instrument keert terug naar de meetweergave.

Meten

Het instrument is ingeschakeld en bevindt zich in de meetweergave.

  1. Plaats de sonde in de juiste positie en neem de metingen af.

informatie Met de alarmfunctie ingeschakeld en als de alarmdrempel wordt overschreden of onderschreden:

  • Het alarmsymbool knippert en er wordt een signaaltoon afgegeven totdat een toets wordt ingedrukt.
  • Een pijlsymbool linksonder geeft aan of de bovenste of onderste alarmdrempel is overschreden of onderschreden.

Een meting bevriezen, de maximum/minimum waarde weergeven

De huidige meting kan worden bevroren. De maximum- en minimumwaarden sinds de laatste keer dat het instrument is ingeschakeld in de standaardweergave of tijdens een meerpunts- of continue meting kunnen worden weergegeven.

  1. Druk meerdere keren op tot de gewenste waarde wordt weergegeven.
    • De volgende worden op hun beurt weergegeven:
      • Hold: bevroren meetwaarde
      • Max: Maximum waarde
      • Min: Minimum waarde
      • Huidige meetwaarde

Maximum/minimum waarden resetten

De maximum/minimum waarden van alle kanalen kunnen worden gereset naar de huidige meting.

  1. Druk meerdere keren op tot Max of Min wordt weergegeven.
  2. Houd ingedrukt (ca. 2 sec).
    • Alle maximum- en minimumwaarden worden gereset naar de huidige meting.

Meerpunts gemiddelde berekening uitvoeren

  1. Druk op MODE/END.
    • knippert.
    • Het aantal opgenomen metingen wordt in de bovenste regel weergegeven, terwijl de huidige meting in de onderste regel wordt weergegeven.
  2. Om metingen op te nemen (in de gewenste hoeveelheid):
    Druk (meerdere keren) op MENU/ENTER.
  3. Om de meting te beëindigen en de gemiddelde waarde te berekenen:
    Druk op MODE/END.
    • en knipperen.
      Het aantal gemeten waarden en de berekende meerpunts gemiddelde waarde worden weergegeven.
  4. Om terug te schakelen naar de meetweergave:
    Druk op MODE/END.

Continue gemiddelde berekening uitvoeren

  1. Druk tweemaal op MODE/END.
    • knippert.
    • De verlopen meettijd (mm:ss) wordt in de bovenste regel weergegeven, terwijl de huidige meting in de onderste regel wordt weergegeven.
  2. Start meting:
    Druk op MENU/ENTER.
  3. Om de meting te onderbreken/voort te zetten:
    Druk telkens op MENU/ENTER.
  4. Om de meting te beëindigen en de gemiddelde waarde te berekenen:
    Druk op MODE/END.
    • en knipperen.
      De meetperiode en de berekende continue gemiddelde waarde worden weergegeven.
  5. Om terug te schakelen naar de meetweergave:
    Druk op MODE/END.

Gegevens afdrukken

Een testo Bluetooth®/IRDA printer (bestelnummer 0554 0621) is via Bluetooth verbonden en ingeschakeld.

informatie Bij het eerste keer instellen van een verbinding tussen het testo meetinstrument en de testo Bluetooth®/IRDA printer kan de initialisatiefase tot 30 seconden duren.

  1. Houd ingedrukt om de gegevens naar de printer over te brengen.
    • Gegevens worden afgedrukt (LED op de printer licht groen op).

Gegevens afdrukken

  1. Instrumentnaam
  2. Firmwareversie en serienummer
  3. Datum en tijd van de afdruk
  4. Meettype en meetduur
  5. Meetwaarden
  6. Meetparameters

Bediening via de testo Smart App

Als het meetinstrument is verbonden met de testo Smart App, wordt het voornamelijk via de app bediend. Het meetinstrument blijft in de meetweergave en instellingenmenu's kunnen niet op het meetinstrument worden geopend.

Overzicht van bedieningselementen

Overzicht van bedieningselementen

  1. Keuze van toepassingen
  2. Schakelen tussen de weergaven (live, grafisch, tabel)
  3. Weergave van aangesloten meetinstrumenten inclusief meetwaarden
  4. Start/stop
  5. Meetconfiguratie (het menu verandert afhankelijk van het aangesloten meetinstrument en de geselecteerde toepassing)
  6. Configuratie van het meetinstrument

Aanvullende symbolen op de gebruikersinterface van de app (niet genummerd)
Aanvullende symbolen in de app (gebruikersinterface) - Deel 1
Aanvullende symbolen in de app (gebruikersinterface) - Deel 2

Het Hoofdmenu is toegankelijk via het pictogram linksboven. Om het hoofdmenu te verlaten, selecteert u een menu of klikt u met de rechtermuisknop op de begeleide menu's. Het laatst weergegeven scherm wordt getoond.

Meten
Klant
Geheugen
Sensoren
Instellingen
Help en informatie
Andere toepassingen

App-opties

De taal instellen

  1. Klik op .
  2. Selecteer Settings (Instellingen).
  3. Selecteer Language (Taal).
    • Er wordt een selectielijst weergegeven.
  4. Selecteer de gewenste taal.
    • De taal is gewijzigd.

App-info weergeven

informatie In App Info vindt u het versienummer van de geïnstalleerde App.

  1. Klik op .
  2. Selecteer Help and Information (Help en informatie).
  3. Selecteer Instrument information (Instrumentinformatie).
    • Het versienummer van de app en de ID worden weergegeven.

De tutorial weergeven

informatie De tutorial leidt u door de eerste stappen bij het bedienen van de testo Smart App.

  1. Klik op .
  2. Selecteer Help and Information (Help en informatie).
    • De tutorial wordt weergegeven. Veeg in de tutorial om de volgende pagina weer te geven.
  3. Klik op X om de tutorial te verlaten

Applicatiemenu's

Een applicatiemenu selecteren

  1. Klik op .
    • Er wordt een selectie van menu's voor verschillende applicaties weergegeven.
  2. Selecteer de gewenste applicatie.
    • Uw geselecteerde applicatie wordt weergegeven.

Favorieten instellen

  1. Klik op .
    • Er wordt een selectie van menu's voor verschillende applicaties weergegeven.
  2. Selecteer de applicatie die u als favoriet wilt instellen.
  3. Klik op.
    • De ster wordt in oranje weergegeven: .

Informatie over een applicatie weergeven

  1. Klik op .
    • Er wordt een selectie van applicaties weergegeven.
  2. Klik op .
    • De informatie over een applicatie wordt weergegeven.

Instellingen meetinstrument instellen

- Het meetinstrument is verbonden met de testo Smart App.

  1. Klik op .
    • Het hoofdmenu wordt geopend.
  2. Klik op Sensoren.
    • Het menu Sensoren wordt geopend.
  3. Klik op het gewenste meetinstrument.
    • Informatie over het model, bestelnummer, serienummer en de firmwareversie wordt weergegeven.
  4. Klik op het tabblad Instellingen.
    • Er wordt een venster met instellingen voor het betreffende meetinstrument geopend.
      Naast de instellingen die op het meetinstrument kunnen worden uitgevoerd, kunnen ook extra instellingen worden uitgevoerd.
  5. Klik op de blauwe tekst onder een instellingenkop om instellingen te activeren of deactiveren, of om een invoervenster te openen om een specifieke waarde in te voeren of een eenheid te selecteren.

    Voor details over de instellingsopties, zie de volgende subsecties.
    • Wijzigingen aan de meetinstrumentinstellingen in de app worden direct naar het meetinstrument overgedragen. Synchronisatie met de app wordt bevestigd op het meetinstrument via "SYNC DONE".

Het menu van het meetinstrument configureren

De testo Smart App kan worden gebruikt om in te stellen welke instellingenmenu's beschikbaar of verborgen moeten zijn op het meetinstrument zelf.

Het tabblad Instellingen in het menu Sensoren is geopend.

  1. Activeer Aanpassing instrumentmenu en klik op de blauwe tekst
    Instrumentmenulijst wijzigen onder de instellingenkop.
    • Het dialoogvenster Aanpassing instrumentmenu wordt geopend.

      Op het meetinstrument kunnen de volgende menu's worden weergegeven of verborgen:
      • Alarmen configureren
      • Alarmgeluid aan/uit
      • De eenheid instellen
      • Pitotbuisfactor (alleen testo 512-1)
      • Absolute druk (alleen testo 5121)
  2. Deactiveer de selectievakjes voor de meetinstrumentmenu's die niet langer op het meetinstrument zelf moeten worden weergegeven.
    • De menu's die bij de gedeactiveerde vermeldingen horen, worden niet meer in het menu van het meetinstrument weergegeven na de volgende synchronisatie.

      informatie Deze instellingen kunnen worden gereset via de menureset "M.RES" en dan worden alle instellingenmenu's weer op het meetinstrument weergegeven.

Automatisch uitschakelen instellen

Het tabblad Instellingen is geopend.

  1. Activeer Automatisch uitschakelen activeren met behulp van de schuifregelaar.
    • Het meetinstrument wordt automatisch uitgeschakeld als er 10 minuten geen toets wordt ingedrukt.
      Uitzondering: een bevroren meetwaarde wordt weergegeven op het display ("Hold" wordt weergegeven).

Demping activeren

informatie Als de meetwaarden sterk schommelen, is het raadzaam om de meetwaarden te dempen.

Het tabblad Instellingen is geopend.

  1. Activeer Demping activeren met behulp van de schuifregelaar.
  2. Klik op Gemiddelde van de meetwaarden.
    • Het venster voor Gemiddelde van de meetwaarden wordt geopend.
  3. Voer een waarde in tussen 2 en 20 meetwaarden.
    • Wijzigingen aan de meetinstrumentinstellingen in de app worden direct naar het meetinstrument overgedragen. Synchronisatie met de app wordt bevestigd op het meetinstrument via "SYNC DONE".

Alarmen configureren

De standaardweergave met het tabblad LIVE is geopend.

  1. Klik op .
  2. Selecteer Alarmconfiguratie.
    • Het menu met het overzicht van alarmen die kunnen worden geactiveerd wordt geopend.
  3. Klik op het selectievakje om een specifiek alarm te activeren.
  4. Klik op BEWERKEN.
    • Het invoervenster voor het activeren en definiëren van bovenste en onderste waarschuwings- en alarmwaarden wordt weergegeven.
  5. Klik op OK om de instellingen te bevestigen.
    • Wijzigingen aan de meetinstrumentinstellingen in de app worden direct naar het meetinstrument overgedragen. Synchronisatie met de app wordt bevestigd op het meetinstrument via "SYNC DONE".

De oppervlakte-increment instellen

informatie Oppervlaktesondes onttrekken onmiddellijk warmte aan het gemeten oppervlak direct na het eerste contact. Als gevolg hiervan is het meetresultaat lager dan de werkelijke oppervlaktetemperatuur zonder de sonde (het omgekeerde is waar voor oppervlakken die kouder zijn dan de sonde). Dit effect kan worden gecorrigeerd door een increment in % van de meetwaarde.

Het tabblad Instellingen is geopend.

  1. Activeer Oppervlakte-increment met behulp van de schuifregelaar.
  2. Voer de waarde in voor de oppervlakte-increment en bevestig met OK.
    • De wijzigingen worden overgedragen naar het meetinstrument en synchronisatie met de app wordt bevestigd op het meetinstrument via "SYNC DONE".

Weergave van de meetwaarden

informatie De beschikbare meetwaarden kunnen in verschillende weergaven worden weergegeven.

  • Live weergave:
    De meetwaarden die door de meetsondes worden verzonden, kunnen in een live weergave worden weergegeven. Meetwaarden van alle aangesloten meetsondes worden weergegeven.
  • Grafische weergave:
    Maximaal vier verschillende meetwaarden kunnen in grafiekformaat worden weergegeven. Meetwaarden die moeten worden weergegeven, kunnen worden geselecteerd door op een meetwaarde boven het diagram te tikken.
  • Tabelweergave:
    In de tabelweergave worden alle meetwaarden in volgorde weergegeven op basis van datum en tijd. Verschillende meetwaarden van de afzonderlijke meetsondes kunnen worden weergegeven door op ◄ ► te drukken.

De weergave aanpassen

  1. Klik op .
  2. Selecteer Weergave bewerken.
    • Een overzicht van alle meetkanalen en hun meetparameters wordt weergegeven.
  3. Deselecteer het "vinkje" om het meetkanaal van een meetinstrument te verbergen.
  4. Klik op ▼ om de eenheid van een meetkanaal te selecteren.
  5. Klik op OK om de instellingen te bevestigen.

Metingen exporteren

Exporteren
Sluiten
Rapport
  1. Klik op .
  2. Selecteer Opgeslagen gegevens en rapporten.
  3. Klik op Meting selecteren.

Excel (CSV) export

  1. Klik op .
    • Er wordt een selectie van exportopties weergegeven.
  2. Klik op Start export (Export starten).
    • Er wordt een selectie van verzend-/exportopties weergegeven.
  3. Selecteer de gewenste verzend-/exportopties.

PDF-export

  1. Klik op Rapport.
    • Er wordt een selectievenster weergegeven.
  2. Activeer indien nodig de knop PDF maken met alle metingen.
  3. Klik op Aanmaken.
    informatie Voor metingen dient u er rekening mee te houden dat de optie PDF maken met alle metingen alleen mogelijk is tot 30 pagina's, vanwege de resulterende bestandsgrootte en het aantal pagina's. In de testo DataControl-software kunnen echter PDF-rapporten worden gemaakt voor alle metingen zonder enige beperkingen.
    • Er wordt een rapport met alle informatie gemaakt.
    • Er wordt een selectievenster weergegeven. Het rapport kan via e-mail of Bluetooth ® worden verzonden.
  4. Klik op E-mail of Bluetooth®.
    • Het rapport wordt verzonden.

Firmware-update uitvoeren

informatie Zorg ervoor dat de optie voor Update voor verbonden instrumenten inschakelen in Instrumentinformatie altijd is ingeschakeld.
Firmware-update uitvoeren

Als er een nieuwe firmware beschikbaar is voor uw meetinstrument, wordt er een updatemelding weergegeven nadat het instrument met de testo Smart App is verbonden.

  1. Klik op Start Update (Update starten) om de update uit te voeren.

    Als u op Later (Later) klikt, wordt de updatemelding opnieuw weergegeven tijdens de volgende verbinding.

informatie Tijdens de instrumentupdate mag de Bluetooth-verbinding niet worden verbroken.
De update moet volledig worden uitgevoerd en duurt ongeveer 5-10 minuten, afhankelijk van de gebruikte smartphone.

informatie Na de update wordt het meetinstrument opnieuw opgestart. De firmware kan worden gecontroleerd in het instrumentmenu of via de app. Het wordt aanbevolen om de testo Smart App opnieuw op te starten na de instrumentupdate.

Product onderhouden

Batterijen plaatsen/vervangen


Ernstig risico op letsel voor de gebruiker en/of beschadiging van het instrument. Er bestaat explosiegevaar als de batterijen worden vervangen door batterijen van een verkeerd type.

  • Gebruik alleen niet-oplaadbare alkalinebatterijen.

Het instrument is uitgeschakeld.

  1. Open het batterijcompartiment (op de achterkant van het instrument) via de kliksluiting.
  2. Plaats of vervang batterijen (3 x AA alkalinebatterijen).
    Let op de polariteit!
    batterijen plaatsen
  3. Sluit het batterijcompartiment.

informatie Bij langdurig niet-gebruik: verwijder de batterijen.

Het instrument reinigen

  1. Als de behuizing van het instrument vuil is, reinig deze dan met een vochtige doek.

informatie Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen of oplosmiddelen! Milde huishoudelijke reinigingsmiddelen en een sopje kunnen worden gebruikt.

Technische gegevens voor testo 110

Kenmerk Waarde
Meetparameters °C, °F
Nauwkeurigheid

NTC:
±0.2°C (-20 tot +80°C)
±0.3°C (andere bereiken)

Pt100: volgens digitale sonde

Resolutie NTC: 0.1°C
Pt100: volgens digitale sonde
Meetbereik NTC: -50 tot +150°C
Pt100: -200 tot +800°C
Bedrijfstemperatuur -20 tot +50°C
Opslagtemperatuur -20 tot +50°C
Bedrijfsvochtigheid 0 tot 80 %RV / Alleen voor gebruik binnenshuis
IP-klasse IP20 (met aangesloten sonde IP40)
Niveau van vervuiling PD2
Maximale bedrijfshoogte ≤ 2000 m boven zeeniveau
Nominaal vermogen 2 W @ 4,5 V DC
Batterijtype 3 x 1.5 V AA-batterij
(inbegrepen in de leveringsomvang)
Levensduur batterij >100 uur
Afmetingen 135 x 60 x 28 mm
Gewicht 187 g

Met Topsafe (0516 0224) en de volgende sondes voldoet dit product aan de richtlijnen in overeenstemming met de EN 13485-norm:

Onderdeelnr. Meetbereik
0572 2163 -40... +85°C
0615 1212 -40... +150°C
0615 1712 -40... +125°C
0618 0071 -40... +85°C
0618 0072 -40... +85°C
0618 0073 -40... +85°C
0618 0275 -40... +85°C
0615 2211 -40... +150°C
0615 2411 -25... +150°C
0615 3211 -40... +140°C
0615 3311 -40... +150°C
0615 1912 -40... +150°C

Geschiktheid: S, T (opslag, transport)
Omgeving: E (verplaatsbare thermometer)
Nauwkeurigheidsklasse: 0.5
Meetbereik: zie bovenstaande tabel

Volgens EN 13485 moeten de meetinstrumenten regelmatig worden gecontroleerd en gekalibreerd volgens de voorwaarden van EN 13486 (aanbevolen: jaarlijks). Neem contact met ons op voor meer informatie: www.testo.com

Tips en hulp

Vragen en antwoorden

Vraag Mogelijke oorzaak Mogelijke oplossing
wordt weergegeven (rechtsboven op het display) Batterij van instrument is bijna leeg Vervang de batterij van het instrument
Instrument schakelt zichzelf uit
  • Auto Off-functie is ingeschakeld
  • Resterende batterijcapaciteit is onvoldoende
  • Schakel de Auto Off-functie uit
  • Vervang de batterij.
Display reageert traag Omgevingstemperatuur is erg laag Verhoog de omgevingstemperatuur
Display: ----- Sensorfout Neem contact op met uw dealer of de klantenservice van Testo.
Display: OOOOO Toegestane meetbereik is overschreden Houd u aan het toegestane meetbereik
Display: UUUUU Toegestane meetbereik is onderschreden Houd u aan het toegestane meetbereik
Display: BT Fail Bluetooth-verbinding kon niet tot stand worden gebracht
  • Controleer Bluetooth®-verbindingen.
  • Start het meetinstrument opnieuw op, start de testo Smart App opnieuw op.
Display: Print Fail Afdrukken kon niet succesvol worden uitgevoerd
  • Controleer Bluetooth®-verbindingen, schakel indien nodig uit en weer in.
  • Schakel de printer uit en weer in.
Display: Probe Fail Sonde beschadigd Neem contact op met uw dealer of de klantenservice van Testo.
Display: OTA Fail Het updateproces "over the air" van het meetinstrument kon niet succesvol worden voltooid.

Start het meetinstrument en de testo Smart App opnieuw op en controleer de

Bluetooth®-verbinding.

Display: APP Lost Verbinding met de testo Smart App is onderbroken. Toetsen zijn 3 seconden vergrendeld. Start het meetinstrument en de testo Smart App opnieuw op en controleer de Bluetooth®-verbinding.

Als we uw vraag niet hebben kunnen beantwoorden: neem dan contact op met uw plaatselijke dealer of de klantenservice van Testo. Zie de achterkant van dit document of de webpagina www.testo.com/service-contact voor contactgegevens.

Accessoires en reserveonderdelen

Beschrijving Bestelnr.
Bluetooth®/IRDA-printer 0554 0621
Topsafe beschermhoes 0516 0224

Voor een complete lijst van alle accessoires en reserveonderdelen verwijzen wij u naar de productcatalogi en brochures of bezoek onze website www.testo.com

Compatibele NTC-sondes

Beschrijving Bestelnr.
Waterdichte dompel-/penetratiesonde – met NTC-temperatuursensor 0615 1212
Robuuste luchtsonde – met NTC-temperatuursensor 0615 1712
Temperatuursonde met klittenband en NTC-temperatuursensor 0615 4611
Klemsonde met NTC-temperatuursensor – voor metingen aan buizen (Ø 6-35 mm) 0615 5505
Pijpomwikkelingssonde met NTC-temperatuursensor – voor metingen aan buizen (Ø 5-65 mm) 0615 5605
Stomptemperatuursonde (digitaal) - met NTC-temperatuursensor 0572 2162
RVS voedingsmiddelensonde NTC met TUC-connector 0615 2211
Robuuste voedingsmiddelenpenetratiesonde NTC met TUC-connector 0615 2411
Robuuste voedingsmiddelenpenetratiesonde NTC met TUC-connector 0615 3211
Waterdichte roestvrijstalen voedingsmiddelensonde NTC met TUC-connector 0615 3311
Waterdichte dompel-/penetratiesonde - met NTC-temperatuursensor 0615 1912

Compatibele Pt100-sondes (digitaal)

Beschrijving Bestelnr.
Zeer nauwkeurige dompel-/penetratiesonde met Pt100-temperatuursensor 0618 0275
Dompel-/penetratiesonde met Pt100-temperatuursensor 0618 0073
Luchttemperatuursonde met Pt100-temperatuursensor 0618 0072
Flexibele dompelsonde met Pt100-temperatuursensor en flexibele PTFE-sondebuis 0618 0071
Laboratoriumsonde met Pt100-temperatuursensor in glazen buis (Duran 50), bestand tegen agressieve media 0618 7072
WBGT-Pt100-sonde voor omgevingstemperatuur 0618 0070
WBGT-Pt100-sonde voor natteboltemperatuur 0618 0075
Temperatuurkabelsonde met Pt100-temperatuursensor 0572 2163
Pt100 speciale sonde 0618 9999

Veiligheid

Beveiliging

Algemene veiligheidsinstructies

  • Gebruik het product alleen correct, voor het beoogde doel en binnen de parameters die zijn gespecificeerd in de technische gegevens.
  • Oefen geen geweld uit.
  • Gebruik het instrument niet als er tekenen van schade zijn aan de behuizing of aangesloten kabels.
  • Er kunnen ook gevaren ontstaan door te meten objecten of de meetomgeving. Neem altijd de lokaal geldende veiligheidsvoorschriften in acht bij het uitvoeren van metingen.
  • Bewaar het product niet samen met oplosmiddelen.
  • Gebruik geen droogmiddelen.
  • Voer alleen onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan dit instrument uit die in deze documentatie worden beschreven. Volg de voorgeschreven stappen exact bij het uitvoeren van de werkzaamheden.
  • Gebruik alleen originele reserveonderdelen van Testo.

Batterijen

  • Oneigenlijk gebruik van batterijen kan ertoe leiden dat de batterijen worden vernietigd of leiden tot letsel als gevolg van stroomstoten, brand of ontsnappende chemicaliën.
  • Gebruik alleen de meegeleverde batterijen in overeenstemming met de instructies in de handleiding.
  • Sluit de batterijen niet kort.
  • Haal de batterijen niet uit elkaar en wijzig ze niet.
  • Stel de batterijen niet bloot aan zware schokken, water, vuur of temperaturen hoger dan 60°C.
  • Bewaar de batterijen niet in de buurt van metalen voorwerpen.
  • In geval van contact met batterijzuur: spoel de aangetaste plekken grondig met water en raadpleeg indien nodig een arts.
  • Gebruik geen lekkende of beschadigde batterijen.

Waarschuwingen

Let altijd op alle informatie die wordt aangeduid met de volgende waarschuwingen. Voer de gespecificeerde voorzorgsmaatregelen uit!


Levensgevaar!


Geeft mogelijk ernstig letsel aan.


Geeft mogelijk licht letsel aan.

waarschuwing LET OP
Geeft mogelijke schade aan de apparatuur aan.

E-mail: info@testo.de

www.testo.com

Referenties

Download handleiding

Hier kunt u de volledige pdf-versie van de handleiding downloaden. Deze kan aanvullende veiligheidsinstructies, garantie-informatie, FCC-regels, enz. bevatten.

Download TESTO 110 (0560 0110) Handleiding

Beschikbare talen

Inhoudsopgave