Gebruiken van de Toon Editor
Creëren van een gebruikerstoon
Gebruikerstoonnummers
De toongebieden K:001 - K:100 zijn voor het opslaan van
gebruikerstonen. U kunt maximaal 100 gebruikerstonen op
elk moment opgeslagen hebben in het geheugen. U kunt een
opgeslagen gebruikerstoon oproepen door te drukken op de
R-11 ([K] USER TONES) toets. Zie "Selecteren van een toon"
(pagina D-14).
Creëren en opslaan van een gebruikerstoon
1.
Selecteer de toon die u wilt bewerken om uw
eigen gebruikerstoon te creëren.
• Selecteer de toon die u wilt bewerken van de groepen
A - J (voorkeuzetonen) of groep K (gebruikerstonen).
• De parameters die u kunt bewerken voor groep L
(trekorgel) tonen zijn anders dan die u kunt bewerken
voor groep A - K tonen. Voor meer informatie zie
"Bewerken van trekorgeltonen" (pagina D-52).
2.
Druk op de C-8 (TONE EDITOR) toets.
• Hierdoor wordt het toonbewerkingsscherm getoond.
Momenteel getoonde pagina
Parameternaam
(Omsloten door vetgedrukte haakjes %).
• U kunt d.m.v. de R-17 (u, i) toetsen tussen pagina's
scrollen.
3.
Verplaats d.m.v. de R-17 (t, y) toetsen 0 naar
de parameter die u wilt veranderen.
• Zie "Toonparameterinstellingen" (pagina D-48)
informatie details aangaande de bediening en het
instelbereik van elke parameter.
D-46
Totaal aantal pagina's
Huidige instelling
Op dat geselecteerde parameter
4.
Selecteer de instelwaarde d.m.v. de
draairegelaar of de R-14 (–, +) toetsen.
• Door de R-14 (–, +) toetsen tegelijkertijd in te drukken
wordt de parameter teruggezet op de oorspronkelijke
default instelling.
5.
Herhaal de stappen 3 en 4 zoals vereist om
andere parameters te configureren.
6.
Houd om een ritme op te slaan na het te hebben
bewerkt de R-13 (FUNCTION) toets ingedrukt
terwijl u op de C-17 (MENU) toets drukt.
• Hierdoor wordt het toonbewerkingsmenu getoond.
7.
Druk op de R-16 (ENTER) toets.
• Hierdoor wordt een scherm getoond voor het
specificeren van het bestemming
gebruikerstoonnummer en de toonnaam.
Toonnaam
8.
Selecteer d.m.v. de draairegelaar of R-14 (–, +)
toetsen het bestemming gebruikers
toonnummer dat u wilt gebruiken.
9.
Verplaats d.m.v. de R-17 (u, i) toetsen de
cursor naar de naamletterpositie die u wilt
veranderen en selecteer dan d.m.v. de
draairegelaar of de R-14 (–, +) toetsen het
gewenste karakter.
• Zie "Ondersteunde invoerkarakters" (pagina D-160)
voor informatie aangaande de karakters die u kunt
invoeren voor de naam.
• Druk tegelijkertijd op beide R-14 (–, +) toetsen om een
spatie in te voeren.
10.
Druk nadat alles naar wens is op de R-16
(ENTER) toets.
• Er verschijnt een boodschap (Replace?) in de display
om te bevestigen of u de bestaande data wilt
vervangen door de nieuwe data. Druk de R-14 (YES)
toets om de bestaande data te vervangen door nieuwe
data.
Bestemming gebruikertoonnummer