Pagina 3
4000225 tot ... vitrodiagnostiek Wascentrifuge Helmer UCW vanaf serienummer 0002870 tot ... Vi erklærer som Vaskecentrifuge Hettich Rotolavit fra serienummer 1000112 til ... eneansvarlige, at Vaskecentrifuge Hettich Rotolavit fra serienummer 2000600 til ... medicinalproduktet til in-vitro- Vaskecentrifuge Medion DACIII fra serienummer 4000225 til ...
Inhoudsopgave Reglementair gebruik..............................8 Restrisico's ................................8 Technische gegevens.............................8 Veiligheidsaanwijzingen............................9 Betekenis van de symbolen ..........................10 Leveromvang ................................10 Uitpakken van de centrifuge ..........................10 Inbedrijfstelling..............................11 3-wegkraan (alleen bij centrifuge met 3-wegkraan) ....................12 Deksel openen en sluiten..........................12 10.1 Deksel openen ............................12 10.2 Deksel sluiten.............................12 Inzetten en uitnemen van de rotor........................12 Beladen van de rotor............................13 Bedienings- en weergave-elementen........................13 13.1...
Pagina 7
15.3.2 Wassen met aansluitende suspensie zonder schudden van de suspensie ........26 15.3.3 Wassen met aansluitende suspensie met schudden van de suspensie ..........27 15.3.4 Alleen suspensie zonder schudden ....................27 15.3.5 Alleen suspensie met schudden ......................27 15.3.6 Centrifugeerproces met decanteren....................28 15.3.7 Centrifugeerproces met programma SPIN (S) ..................28 Noodstop................................28 Vulvolumeregeling.............................28 Instellen van het rotortype ..........................29...
Dit apparaat is uitsluitend voor deze toepassing bestemd. Een andere of uitgebreidere toepassing geldt als oneigenlijk. Voor hieruit voortkomende beschadigingen aanvaardt de firma Hettich AG geen aansprakelijkheid. Tot het gebruik overeenkomstig de bestemming behoort ook het in acht nemen van alle aanwijzingen uit de bedieningshandleiding en het naleven van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden.
Veiligheidsaanwijzingen Als niet alle aanwijzingen in deze bedieningshandleiding worden opgevolgd, dan kan er bij de fabrikant geen garantieclaim worden ingediend. De centrifuge moet zodanig geplaatst worden, dat deze stabiel kan functioneren. Tijdens een centrifugatieloop mogen conform EN / IEC 61010-2-020, in een veiligheidsbereik van 300 mm om de centrifuge heen, zich geen personen, gevaarlijke stoffen en voorwerpen bevinden.
Er mogen alleen originele reserveonderdelen en toegelaten originele accessoires van de firma Hettich AG worden gebruikt. Met bloed besmette delen (bv. rotor, centrifugeertrommel) moeten het vervangen in de speciale containers voor met bloed besmet materiaal worden gedeponeerd. De volgende veiligheidsvoorschriften zijn van toepassing: EN / IEC 61010-1 en EN / IEC 61010-2-020 en hun nationale afwijkingen.
Inbedrijfstelling Conform de norm voor laboratoriumapparaten EN / IEC 61010-2-020 moet in de huisinstallatie een noodschakelaar zijn aangebracht voor de onderbreking van de stroomtoevoer in geval van storing. Deze schakelaar moet buiten de centrifuge geplaatst zijn, bij voorkeur buiten de ruimte waarin de centrifuge zich bevindt, of naast de ingang van deze ruimte.
(NaCl) op gedestilleerd water (H Aansluitingen: NaCl: Toevoerslang ( 7 mm) van de fysiologische zoutoplossing. O: Toevoerslang ( 7 mm) van het gedestilleerde water. ROTOLAVIT: Verbindingsslang met het apparaat. ROTOLAVIT NaCl Posities van de 3-wegkraan: NaCl: Het systeem is verbonden met de fysiologische zoutoplossing.
Beladen van de rotor De rotoren en ophangingen mogen uitsluitend symmetrisch worden beladen. Toegelaten combinaties zie hoofdstuk "Anhang/Appendix, Rotoren und Zubehör/Rotors and accessories". Om te verhinderen dat de fysiologische zoutoplossing van de niet gebruikte rotorplaatsen tijdens het centrifugeren in de centrifugeertrommel wordt gesproeid, moeten altijd alle rotorplaatsen met centrifugebuizen worden gevuld.
De wascyclus, het aanmaken van de suspensie, het centrifugeerproces voor het versnellen van de STOP agglutinatiereactie, het centrifugeerproces met het centrifugeerprogramma Spin en het reinigingsprogramma (Clean Program) afsluiten. De rotor loopt met een vast ingestelde remfase uit. De LED in de toets blijft branden tot de rotor stilstaat.
De instelmogelijkheid van de programmaparameter SpinDecant activeren of deactiveren. SpinDecantM. Instelbaar: YES of NO. Vooringesteld op NO. YES = programmaparameter SpinDecant is selecteerbaar. NO = programmaparameter SpinDecant is niet selecteerbaar. SOUND / BELL OFF Akoestisch signaal (zie hoofdstuk "Akoestisch signaal"). Instelbaar: ON1 of OFF. Vooringesteld op ON1.
13.3.3 Programmaparameters voor het centrifugeerprogramma Spin Instelling van de parameters: zie hoofdstuk "Centrifugeerprogramma Spin invoeren". Spin(rpm) Toerental voor het centrifugeerproces. Er kan een waarde worden ingesteld van 500 RPM tot 3500 RPM in stappen van 10. Tspin(min), Tijdsduur van het centrifugeerproces. Instelbaar van 0 - 9 min 59 sec, naar keuze in stappen van 1 Tspin(sec) seconde of 1 minuut.
14.4 Programmaoproep De gewenste programmaplaats door het drukken op de toets selecteren. De centrifugegegevens van de geselecteerde programmaplaats worden weergegeven. Na het kiezen van het reinigingsprogramma wordt CLEAN PROGRAM aangegeven. De parameters kunnen door het drukken op de toets worden gecontroleerd.
15.1.1 Wasproces Wasproces Eerste wascyclus Laatste wascyclus FILL SPIN DCNT DOWN AGIT FILL SPIN DCNT DOWN * De functie kan worden gekozen of de keuze kan ongedaan worden gemaakt Een wasproces bestaat uit meerdere opeenvolgende automatisch verlopende wascycli. Het aantal wascycli is instelbaar.
15.1.2 Suspensie SUSP AGIT * De functie kan worden gekozen of de keuze kan ongedaan worden gemaakt Een suspensie kan met of zonder een voorafgaand wasproces worden vervaardigd. De buisjes worden bij een toerental van 1100 RPM met een selecteerbare hoeveelheid fysiologische zoutoplossing gevuld. Het aanmaken van de suspensie kan worden gekozen, of de keuze kan ongedaan worden gemaakt.
15.1.4 Centrifugeerprogramma Spin SPIN Op de programmaplaats Spin (S) kan een centrifugeerprogramma worden opgeslagen. In dit programma kunnen alleen het toerental en de looptijd ingesteld worden. 15.1.5 Reinigingsprogramma (Clean Program) Om de vorming van zoutkristallen te vermijden, moet het systeem dagelijks, na het gebruik, met gedestilleerd water gespoeld worden.
15.2 Functies combineren De gebruiker bepaalt door de zorgvuldige bediening van de centrifuge de nauwkeurigheid van de testresultaten. Wordt het toegelaten gewichtsverschil binnen de lading van de rotor overschreden, dan schakelt de aandrijving tijdens het starten uit, de onbalansweergave licht op en IMBALANCE wordt weergegeven. Een functie kan elk gewenst moment door te drukken op de toets afgebroken worden.
Pagina 22
Schudden. AGIT wordt aangegeven. PROG t/ min:s 1 3 3 AGIT De stappen 1 t/m 5 worden zo vaak herhaald tot alle wascycli zijn uitgevoerd. Er wordt alleen geschud indien de functie is geactiveerd (globale parameter Shakings > "0" of globale parameter ShakeT (min) >...
15.2.2 Centrifugeerproces voor het versnellen van de agglutinatiereactie uitvoeren Het antihumaanglobulineserum in de buisjes doen en het centrifugedeksel sluiten. De toets indrukken. De rotatie-indicator brandt zolang de rotor draait. SPIN Schudden. Aangegeven wordt Spin en AGIT. PROG t/ min:s 1 Spin AGIT Er wordt alleen geschud indien de functie is geactiveerd (globale parameter Agit.SpinM.
Na het aanmaken van de suspensie of bij het afbreken met behulp van de toets , vindt de uitloop plaats STOP met een vast ingestelde remfase. De remfase wordt aangegeven. Weergave bij stilstand van de rotor: PROG t/ min:s Man.
Pagina 25
Schudden. Aangegeven wordt Clean en AGIT. PROG t/ min:s Clean AGIT Decanteren. Aangegeven wordt Clean en DCNT. PROG t/ min:s Clean 600 DCNT Na het voltooien of na het afbreken van het reinigingsprogramma door het bedienen van de toets , volgt de STOP uitloop met een vast ingestelde remfase.
15.3 Voorbeelden van de functiekeuze Het instellen van de vet gemarkeerde waarden is voor het uitvoeren van de verschillende functies absoluut noodzakelijk. De instelling van de globale parameters heeft invloed op de programmaparameters voor programma 1 t/m 5. Hieronder worden telkens 2 mogelijkheden aangegeven voor het instellen van de verschillende functies. 15.3.1 Wassen met aansluitend centrifugeren met schudden Basisprogramma voor kruisproef...
Met de toetsen de correctiewaarde instellen. Er kan een waarde van 20 tot –20 worden ingesteld. Een wijziging met 1 komt overeen met een vulvolumewijziging van 0,5% van het gemeten vulvolume. Correctiew aarde afwijking (ml) gemeten vulvolume (ml) Afwijking (ml) = gewenst vulvolume (ml) –...
Relatieve centrifugaalversnelling (RCF) De relatieve centrifugaalversnelling (RCF) wordt aangegeven als veelvoud van de aardversnelling (g). Het is een getalswaarde zonder eenheid en dient om het scheidend vermogen en de sedimentatie te vergelijken. De berekening gebeurt volgens de formule: ...
Verzorging en onderhoud Het apparaat kan gecontamineerd zijn. Voor de reiniging de netstekker uittrekken. Uit veiligheidsoverwegingen moeten bij het reinigen van apparaten voor de bloedverwerking handschoenen en een ademmasker worden gedragen. Voordat een andere als de door de fabrikant aanbevolen reinigings- of decontaminatiemethode wordt toegepast, moet de gebruiker er zich bij de fabrikant van verzekeren, dat de voorziene methode het apparaat niet beschadigt.
Verwijderen van radioactieve besmettingen: Het middel moet speciaal bestemd zijn voor het verwijderen van radioactieve besmettingen. Bestanddelen van geschikte middelen voor het verwijderen van radioactieve besmettingen: anionische oppervlakteactieve stoffen, niet-ionische oppervlakteactieve stoffen, gepolyhydreerd ethanol. Na het verwijderen van de radioactieve besmettingen moeten de resten van het middel worden verwijderd door na te vegen met een vochtige doek.
24.5 Systeem met reinigingoplossing reinigen 24.5.1 Apparaat zonder 3-wegkraan Ca. 400 ml aanmaken van een natrium-hypochloriet-reinigingsoplossing van 0,5 %. De toevoerslang van het reservoir van de fysiologische zoutoplossing afkoppelen en verbinden met het reservoir van de reinigingsoplossing. Met het reinigingsprogramma (Clean Program) het systeem met reinigingsoplossing doorspoelen en vullen, zie hoofdstuk "Systeem met reinigingsprogramma (Clean Program) doorspoelen".
Storingen Kan de fout volgens de storingstabel niet worden opgeheven dan moet de klantenservice op de hoogte worden gesteld. Vermeld het centrifugetype en het serienummer. Beide nummers zijn terug te vinden op het typeplaatje van de centrifuge. 25.1 Bedieningsfouten Fout Oorzaak Oplossing ...
Voor het terugsturen van het apparaat moet de transportbeveiliging ingebouwd worden. Als het apparaat of diens accessoires aan de firma Hettich AG teruggestuurd worden, dan moeten deze, om personen, milieu en materiaal te beschermen, voor verzending ontsmet en gereinigd worden.