Bericht
Centrale
De centrale heeft een overmatige stroomafname
Overstroom
waargenomen via één van de uitgangen en heeft
deze uitgang preventief afgeschakeld.
Centrale
De telefoonlijn die op de centrale is aangesloten,
Telefoonlijnfout
werkt niet goed.
Centrale
De netspanning is niet aanwezig op de centrale.
Voedingsfout
Centrale
De verbinding tussen de sirene(s) en de centrale is
Sirenefout
verbroken.
Module
Een communicatiemodule heeft geprobeerd een
Aux comm. fout
melding naar de meldbank te versturen, maar dit is
niet gelukt.
Module
De behuizingssabotageschakelaar van een module is
Sabotage behuizing
niet gesloten.
Module
De accu van de module is niet in orde of niet
Accufout
aangesloten.
Module
De uitbreidingsmodule heeft een overmatige
Overstroom
stroomafname waargenomen via een van de
uitgangen en heeft deze uitgang preventief
afgeschakeld.
Module
De netvoeding is niet aanwezig op de voeding van
Voedingsfout
een uitbreidingsmodule.
Module
De verbinding met de sirene van een
Sirenefout
uitbreidingsmodule is verbroken.
Module
Een uitbreidingsmodule of bediendeel communiceert
Storing
niet meer met de centrale.
Sabotage
Er is een storing opgetreden in een zone.
Zone X
Zone probleem
Er is een probleem met één of meer zones. Druk op
Druk op OK
OK om de zone(s) en de probleemsituaties vast te
stellen.
Een van de volgende berichten verschijnt wanneer u
op OK drukt.
CleanMe
CS875-575-375-275-175 Installeurshandleiding met CS5500-bediendeel
Tabel 1-5: Serviceboodschappen
Definitie
Een rookmelder (bijvoorbeeld
DP721) is vuil. De centrale
detecteert een zekere
vervuiling in de optische
rookkamer van de rookmelder.
Actie
Controleer het systeem op fouten in de bedrading.
Een overstroommelding kan alleen worden gereset door de
sirene op de juiste wijze te activeren, bijvoorbeeld, door een
sabotage te activeren op een zone die de sirenes activeert. Dit is
een veiligheidsfunctie om te controleren of de
overstroommelding verdwenen is en de sirenes weer correct
kunnen werken.
Controleer of de telefoonlijn goed is aangesloten. Gebruik een
testtelefoon om de werking van de telefoonlijn te controleren.
Controleer waarom de netspanning niet aanwezig is op de
centrale en controleer de netspanningszekering in de centrale.
Controleer de bekabeling naar de sirene en herstel de
onderbroken lus.
Controleer of de telefoonlijn goed is aangesloten. Controleer met
behulp van een testtelefoon of het telefoonnet werkt. Controleer
of het telefoonnummer van de meldbank en de klant- en
protocolopties correct zijn. Controleer of de module is
aangesloten en werkt.
Controleer of de behuizing niet is beschadigd en correct op een
vlakke ondergrond is gemonteerd. Als er geen schade is, moet u
controleren of de behuizing goed gesloten is.
Mogelijk moet de accu worden vervangen. Dit kan ook een
tijdelijke toestand zijn als gevolg van een lange stroomstoring.
Controleer de module op fouten in de bedrading.
Controleer waarom de netspanning niet aanwezig is. Controleer
de netspanningszekering van de module.
Controleer de bekabeling naar de sirene en herstel de
onderbroken lus.
Controleer of de module correct is aangesloten op de centrale.
Controleer de bekabeling en de melder op beschadigingen en
herstel eventuele storingen.
Reinig de optische rookkamer van de brandmelder.
C.1.4