8.
6.2 Wegen
Weging uitvoeren
96 •
5. Controleer of de ruiterbalk in evenwicht is.
De wijzer en de contrawijzer moeten exact of bij
benadering op dezelfde hoogte zijn.
6. Herhaal stap 3 indien noodzakelijk.
7. Fixeer het tarragewicht met de kartelschroef.
8. Draai aan de fijne tarreerschroef tot de wijzer en de
contrawijzer exact tegenover elkaar staan.
De weegschaal is gebruiksklaar.
7.
VOORZICHTIG!
Gevaar voor vallen, foutieve bediening
Om te voorkomen dat de zuigeling van de
weegschaal valt en om foutieve bediening te
vermijden, moet u voor iedere toepassing con-
troleren of de weegschaal gebruiksklaar is.
– Controleer of de schaal correct is bevestigd
– Voer een functiecontrole uit (zie
– Controleer of de ruiterbalk in evenwicht is (zie
1. Controleer of de vergrendelingshendel van de rui-
terbalk losgemaakt is (zie "Ruiterbalk losmaken/ver-
grendelen" op pagina 94).
2. Leg de zuigeling op de weegschaal.
(zie "Schaal opzetten" op pagina 93).
"Functiecontrole" vanaf pagina 99).
"Positie van de ruiterbalk controleren" op
pagina 94).