Afbeelding 51. De systeemkaart
installeren
Stappen
1. Lijn de systeemkaart uit en plaats die op het slot op de palmsteuneenheid.
2. Plaats de drie schroeven (M2x2.5) terug waarmee de systeemkaart op de palmsteuneenheid wordt bevestigd.
OPMERKING:
Draai de geborgde schroeven los in de omgekeerde volgorde die wordt vermeld op de koelplaat [ 3 > 2 > 1].
3. Plaats de vijf schroeven (M2x2.5) terug waarmee de systeemkaart aan de palmsteuneenheid wordt bevestigd.
OPMERKING:
De USB-C-connectormodule maakt deel uit van de vervangende systeemkaart, maar is ook een serviceonderdeel
dat onafhankelijk kan worden vervangen. Zie het gedeelte USB-C-connectormodule voor meer informatie.
4. Sluit de camerakabel aan op de connector op de systeemkaart.
5. Sluit de beeldschermkabel aan op de beeldschermkabelconnector (LCD1) op de systeemkaart.
6. Leid de beeldschermkabel door de geleiders op de systeemkaart.
7. Bevestig het zwarte klepje in de buurt van de antennekabels en bedek de beeldscherm- en camerakabel.
8. Plaats de beugel van de beeldschermkabel over de beeldschermkabel en camerakabel.
9. Plaats de twee schroeven (M2x2.5) terug waarmee de beugel van de beeldschermkabel aan de palmsteuneenheid wordt bevestigd.
10. Sluit de stekker van de luidsprekerkabel aan op de connector op de systeemkaart.
11. Sluit de kabel van de USH aan op de USH-module en sluit de vergrendeling om de kabel vast te zetten.
100
FRU's (op locatie te vervangen onderdelen) verwijderen en installeren