•
De sifon van de afvoer niet verstopt is.
•
De filters van de kuip niet verstopt zijn.
3. Wanneer de algemene elementen van de lading niet worden gereinigd, moet u controleren of:
•
Er (voldoende) reinigingsmiddel gebruikt is.
•
De instrumenten op correcte wijze waren geplaatst.
•
Het geselecteerde programma geschikt is voor het type en de mate van vervuiling van de instrumenten.
•
Alle filters schoon zijn en op juiste wijze in hun houders zijn geplaatst.
•
De uitgangsopeningen van de sproeiarmen niet verstopt zijn.
•
De draaiing van de sproeiarmen niet door een voorwerp werd belemmerd.
4. Controleer, als de elementen van de lading niet droog worden of mat blijven:
•
De staat van het absolute droogfilter: aantal bedrijfsuren zichtbaar als machineparameter (de standaard
bedrijfsuren zijn bepaald op basis van normale gebruiksomstandigheden; omgevingen met een graad van
vervuiling boven het gemiddelde zullen de nuttige levensduur van het droogfilter verkorten).
•
Of er neutralisatiemiddel in de speciale bak is en of de dosering ervan goed afgesteld is.
•
Of de kwaliteit van het gebruikte reinigingsmiddel goed is, en de eigenschappen er niet verloren van zijn gegaan
(bijv. als gevolg van een onjuiste opslag, met geopende verpakking).
5. Wanneer de behandelde elementen strepen, vlekken of vergelijkbaar hebben, moet u
controleren of:
•
De regeling van de neutralisatiemiddeldosering niet te hoog is.
6. Wanneer er roestsporen zichtbaar zijn in de kuip:
•
De kuip is van corrosiebestendig staal en eventuele roestvlekken zullen daarom veelal afkomstig zijn van buitenaf
(stukjes roest afkomstig van de waterleiding, enz.). Om deze vlekken te verwijderen vindt u in de handel speciale
producten.
•
Controleer of u de juiste reinigingsmiddeldoseringen gebruikt. Sommige reinigingsmiddelen kunnen agressiever
zijn dan andere.
7. Wanneer de optionele printer niet functioneert:
•
Controleer op de aanwezigheid van het geschikte thermische papier voor de accessoire.
•
Controleer de goede aansluiting van het apparaat (zowel de elektrische voeding als de gegevensverbinding).
8. Wanneer de schuifdeur niet sluit of opent:
•
Controleer of het reinigingsmiddelvak en de onderste deur van de machine goed gesloten zijn.
•
Controleer de stand van de technische veiligheidssleutel (handmatige beweging laaddeur) – indien eventueel in
het contact gestoken: zet hem terug in de ruststand "0".
9. Wanneer het display (vul- of afvoerzijde) uitgeschakeld of geblokkeerd blijft hoewel de
schakelaar correct op de stand ON staat:
•
Wacht een paar seconden, de grafische kaart wordt mogelijk nog geïnitialiseerd.
•
Als het display na enkele ogenblikken nog steeds uit is (scherm helemaal zwart): het display niet aanraken -
schakel het apparaat uit met de hoofdschakelaar. Wacht ten minste 10 seconden na het uitschakelen en weer
inschakelen.
•
Als de status van het display niet correct herstelt en "uit" blijft: neem contact op met de technische servicedienst,
het is namelijk niet mogelijk om de bewerkingen op de machine voort te zetten als het interface-apparaat niet
actief is en correct functioneert.
Als, nadat u de bovenstaande instructies heeft opgevolgd, de storingen zich blijven voordoen, dan zult u de
dichtstbijzijnde bevoegde technische servicedienst moeten raadplegen.
Gebruikershandleiding
WD6010 – WD7010 – WD7015
Pag. 154 - 179