B.1
B.2
14.2 PLAATSING EN WATERPASSTELLING
WATERPASSTELLING
Na de plaatsing van de machine draait u de pootjes vast of los om er de hoogte van te
regelen en de machine met een waterpas met luchtbel waterpas te stellen tot zij perfect
horizontaal staat (max toegestane hoektolerantie: 0,5°, overeenkomstig een maximaal
toegestane afwijking op de uiteinden van de machine van circa 5 mm).
Een goede waterpasstelling zal een goede werking van de machine verzekeren.
Detailafbeelding: bij het waterpasstellen moet u voor het afstellen van het pootje en het vastdraaien van de borgmoer,
waar aanwezig, steeksleutels gebruiken.
Gebruikershandleiding
WD6010 – WD7010 – WD7015
Pag. 157 - 179