14.8 AANSLUITING ONTLUCHTING KAMER
De ruimtes moeten voorzieningen hebben om de ontluchtingspijp van de machine op aan te sluiten.
In het bovenste gedeelte van de machine zien we de ontluchtingsleiding van de KAMER, aangegeven in het
schema als "EX", die op de juiste wijze moet worden aangesloten op de ontluchtingsleidingen
(aanzuigleidingen) van het systeem.
EX – Lucht- en stoomventilatie-opening
Type aansluiting
Debiet
Temperatuur
De klant moet zorgen voor de aansluitelementen voor de bevoegde technicus die de elementen van de
juiste grootte moet kiezen rekening houdend met:
1. De betrokken temperaturen.
2. Het maximale debiet van de stoomontluchting.
3. Toegankelijkheid en onderhoudsgemak van de onderdelen.
LET OP – STOOMVENTILATIE
Bij de aansluiting van het ventilatiekanaal moet er op worden gelet dat het condensaat
niet wordt afgevoerd op het buitenoppervlak van het apparaat.
(Eis 5.24.4 van norm EN ISO 15883-1 "Wanneer een leidingwerkaansluiting vereist is, moet de aansluiting ervoor zorgen
dat geen condensaat terechtkomt op het buitenoppervlak van de WD. De aansluiting moet bijv. van het insteektype zijn
met het aansluitende leidingwerk aangebracht in het insteekeind bovenop de WD.").
Gebruikershandleiding
6010, 7010
DN 50 op de bovenkant van de
machine
250 m³/h
Max 95 °C
Figuur 14.3 – bovenaanzicht van de machine, ventilatiepijp kuip.
WD6010 – WD7010 – WD7015
7015
DN 60 op de bovenkant van de
machine
500 m³/h
Max 95 °C
Pag. 174 - 179