Systeem met 2 niveauvoelers: in dit geval moeten de ingangen B en C worden gebruikt (A mag niet worden gebruikt en moet
-
in de afvoermodus worden overbrugd). De niveauvoelers moeten worden verbonden zoals in Afb.11. Voor de elektrische
installatie, zie Afb.12.
Het is belangrijk dat de ingang A wordt overbrugd. Zo niet, dan stoppen de pompen niet.
Systeem met 3 niveauvoelers: in dit geval moeten de ingangen A, B en C worden gebruikt. De niveauvoelers moeten worden
-
aangesloten zoals in Afb.11. Voor de elektrische installatie, zie Afb.12.
Gemeenschappelijk contact van de ingangen A, B, C, R, N (zie Afb.11). Er is één gemeenschappelijk contact voor
alle ingangen. Het is aangesloten op de oneven klemmen (vanaf de linkerkant, van 1 t/m 11). Als er elektrische voelers
worden gebruikt, moet het gemeenschappelijke contact voor de ingangen A, B, C, R, N dus worden aangesloten op de
klemmen met oneven nummers: 1, 3, 5, 7, 9, 11.
Niveauvoelers: mogen alleen worden gebruikt bij helder, schoon water.
6.2.3
Aansluiting dieptesensor
NGPANEL kan als controle-inrichting een dieptesensor gebruiken. De alarmen wegens maximum- of minimumniveau worden
gegenereerd op basis van de informatie van de dieptesensor. Het is dus niet nodig vlotters of niveauvoelers te verbinden met de
ingangen R of N. Voor de grootste betrouwbaarheid kunnen behalve de dieptesensor ook 2 vlotters of niveauvoelers worden gebruikt
voor de alarmen R en N. Het systeem biedt de mogelijkheid om beide alarmen te selecteren, of geen, of slechts een van de twee.
Afb.18: Aansluiting dieptesensor
De dieptesensor moet in de buurt van de tankbodem worden geplaatst, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat hij boven eventuele,
al aanwezige of toekomstige, vaste residuen of vuil zit.
LET OP: foutieve bedrading van de sensor kan het apparaat en de sensor beschadigen.
6.2.4
USB-voedingsaansluiting voor externe hotspot
Het paneel is voorzien van een USB-aansluiting via welke een hulpapparaat (DAB set-wifi-modem) kan worden gevoed dat direct in
het paneel kan worden geplaatst, en is in staat om een wifi-hotspot te creëren om het apparaat ook te kunnen verbinden als er geen
bestaand wifi-netwerk is.
6.3
Configuratie controle-ingangen
Voor configuratie van de afvoer met vlotters, niveauvoelers of dieptesensor, volg de instructies op het display, in par. 14.2.2 Gebruik
met vlotters, 14.2.3 Gebruik met niveauvoelers e 14.2.1 Gebruik met dieptesensor.
6.4
Aansluiting Rs485 Modbus RTU
Wat betreft de informatie over de elektrische aansluitingen en de Modbus-registers die geraadpleegd en/of gewijzigd kunnen worden,
zie hoofdstuk 17 MODBUS COMMUNICATIEPROTOCOL.
7
VULFUNCTIE
Het paneel kan worden gebruikt om vulinstallaties te realiseren. Als controle-ingangen kunnen om het even vlotters, niveauvoelers en
dieptesensoren worden gebruikt. Voor het algemene schema, zie Afb.9. Let er vooral op het volgende:
-
Niveauvoelers mogen alleen worden gebruikt bij helder, schoon water.
-
De alarmen van maximumniveau en minimumniveau kunnen worden gegenereerd door vlotters of door niveauvoelers, of, als er
een dieptesensor wordt gebruikt, door drempels op de waarde die wordt gelezen door de dieptesensor.
7.1
Aansluiting van aanvullende beveiligingen
Het is mogelijk, maar niet noodzakelijk, om de alarmingangen op NGPANEL zo aan te sluiten dat de pompen stoppen als er geen
water is of als de motoren een te hoge temperatuur hebben. In het geval van een alarm stoppen de pompen, klinkt de zoemer en
worden de overeenkomende alarmuitgangen geactiveerd.
NEDERLANDS
Aansluitingen van de dieptesensor 4 – 20mA
Signaal
Sensor
AIN1
- OUT / GND
12V
+Vs
148