17
MODBUS COMMUNICATIEPROTOCOL
Deze paragraaf is bedoeld om het juiste gebruik van de MODBUS-interface te illustreren voor toepassing op het apparaat.
Dit deel is bestemd voor gebruikers die kennis hebben van Modbus-apparaten. De bediener dient basiskennis te
bezitten van dit protocol en van de technische specificaties.
Bovendien wordt ervan uitgegaan dat er al een Modbus RTU-netwerk aanwezig is met een "master"-apparaat.
Afkortingen en definities
CRC
CyclicRedundancyCheck
RTU
Remote terminal unit
0x
Voorvoegsel dat een hexadecimaal getal identificeert
17.1 Elektrische aansluitingen
Het Modbus-protocol is geïmplementeerd op bus RS 485. De verbindingen moeten volgens onderstaande tabel worden gerealiseerd.
MODBUS-terminal
17.2 Modbus- configuratie
Het apparaat kan rechtstreeks als slave-apparaat worden verbonden in een netwerk MODBUS RTU RS485.
De volgende grafiek geeft een grafische weergave van het type netwerk dat dient te worden gerealiseerd.
Via het Modbus-protocol maakt de pomp het mogelijk om informatie en bedieningen met betrekking tot zijn status en de status van
de eventuele pompgroep waarvan hij onderdeel is te verzenden.
Hieronder volgt een beschrijving van de parameters die worden ondersteund voor de communicatie MODBUS RTU.
Modbus-specificaties
Protocol
Verbindingen
Fysieke interface
Modbus-adres
Ondersteunde snelheid
Startbit
Informatiebit
Stopbit
Pariteitsbit
Reactievertraging
A
B
Y
Beschrijving
Modbus RTU
Klemmenbord
RS485
Van 1 (standaard) tot 247
2400, 4800, 9600, 19200 (standaard), 38400
1
8
1 (standaard), 2
Geen, even (standaard), oneven
Van 0 (standaard) tot 3000 millisec. (3 sec.)
Tabel 7 Parameters Modbus RTU
NEDERLANDS
Niet-geïnverteerde klem (+)
Geïnverteerde klem (-)
Tabel 6
169
Beschrijving
GND
Opmerkingen
Alleen
de
'Slave'-modus
ondersteund
wordt