Tankhoogte
Stel de hoogte van de tank in waarover u beschikt, deze mag niet hoger zijn dan de schaalomvang van de sensor.
Configuratie met beschermingsniveaus
Het is mogelijk om met de dieptesensor een alarm voor het maximale niveau "overloop" in te stellen, en een voor het minimale niveau
voor "drooglopen".
Als er vlotters zijn voorzien voor de "overloop" en voor "noodsituatie tank leeg", onderdrukken deze de
alarmen die zijn ingesteld met de dieptesensor.
De keuze om beide beschermingen in te stellen dient voor een grotere veiligheid van de installatie.
Ga vervolgens verder met het instellen van de niveaus voor elke pomp.
ALARM MINIMUM NIVEAU
NIVEAU POMP 2
ALARM MAXIMUM NIVEAU
Nadat het type controle is geconfigureerd, zie par. 14.3.4 Afronding configuratie.
14.3.2
Gebruik met vlotters
Nadat het type controle is geconfigureerd, zie par. 14.3.4 Afronding configuratie.
NEDERLANDS
Alleen instellen als op de vorige pagina Configuratie met
beschermingsniveaus is geselecteerd.
NIVEAU POMP 1
Alleen instellen als op de vorige pagina Configuratie met
beschermingsniveaus is geselecteerd.
Volg de geleide procedure stap voor stap, zoals hieronder wordt gepresenteerd:
-
Wijs de vlotters aan als type controle.
-
Nadat de keuze is gemaakt geeft u de polariteit van de vlotters in uw bezit aan.
161
STOPZETTING POMPEN