7.14 FlowControl actief
Deze paragraaf is van toepassing op de FCM-C
besturingsuitvoering.
Het doseerproces kan worden bewaakt met de functie FlowControl
actief. Diverse invloeden, bijvoorbeeld luchtbellen, kunnen zorgen
voor een lagere capaciteit of zelfs het doseerproces onderbreken.
Voor een optimale procesbetrouwbaarheid kunnen de volgende
fouten en afwijkingen worden gedetecteerd en weergegeven:
•
overdruk
•
beschadigde persleiding
•
lucht in de doseerkamer
•
cavitatie
•
lekkage van zuigventiel > 70 %
•
lekkage van persventiel > 70 %.
Storingen worden aangegeven door een knipperend oogsymbool.
Alle storingen worden vermeld in het menu Gebeurtenislogboek.
De submenu's FlowControl, AutoFlowAdapt, Drukbewaking,
Sensorkalibratie en ConditionCheck zijn zichtbaar wanneer
FlowControl actief is ingesteld op Aan. FlowControl actief is
standaard ingesteld op Aan.
Indicatieschema
p
2a
1
Pos.
Beschrijving
p
Druk
S
Slaglengte
1
Compressiefase
2
Persfase
2a
Doseerslag zonder fouten
2b
Luchtbellen verstoren de doseerslag
3
Expansiefase
4
Zuigfase
Gerelateerde informatie
9.2.5 Luchtbellen-waarschuwing
28
FlowControl actief werkt met een onderhoudsvrije sensor in
de doseerkop. Tijdens het doseerproces meet de sensor de
huidige druk en zendt de sensor continu de meetwaarde naar
de microcontroller in de pomp. Een Indicatieschema wordt
aangemaakt op basis van de actuele meetwaarden en de
actuele positie van het membraan (slaglengte). Oorzaken voor
afwijkingen kunnen onmiddellijk worden vastgesteld door het
actuele indicatieschema te vergelijken met een berekend optimaal
indicatieschema. Luchtbellen in de doseerkop reduceren de
persfase en derhalve het slagvolume.
Eisen voor een correct indicatieschema zijn:
•
De functie FlowControl actief is geactiveerd.
•
Het drukverschil tussen zuig- en perszijde is meer dan 2 bar.
•
Er is geen onderbreking of pauze in de persslag.
•
De druksensor en de kabel zijn intact.
•
Er is geen lekkage van meer dan 50% in het zuig- of
persventiel.
Als aan één van deze eisen niet wordt voldaan, dan kan het
Indicatieschema niet worden beoordeeld.
2b
2
4
3
S