Download Print deze pagina

Grundfos SMART Digital S DDA-C Installatie- En Bedieningsinstructies pagina 35

Veelvuldig in- en uitschakelen van de voedingsspanning,
bijvoorbeeld via een relais, kan leiden tot beschadiging
van de pompelektronica en defecten aan de pomp. De
doseernauwkeurigheid neemt eveneens af als gevolg van
interne inschakelprocedures.
Stuur de pomp niet aan via de voeding voor
doseerdoeleinden.
Gebruik uitsluitend de functieExterne vrijgave voor het
in- en uitschakelen van de pomp.
Het contacttype wordt in de fabriek ingesteld op Normaal open
(NO). In het menu Instellingen > Ingangen/uitgangen > Externe
vrijgave kan de instelling worden gewijzigd in Normaal gesloten
(NC).
7.23 Basisinstellingen
In het menu Instellingen > Basisinstellingen zijn de volgende
opties beschikbaar:
Inst. opslaan: De huidige pompconfiguratie wordt in het
pompgeheugen opgeslagen.
Inst. oproepen: alle instellingen worden hersteld naar de
opgeslagen instellingen.
Fabrieksreset: Alle instellingen worden hersteld naar de
fabrieksinstellingen.
Stop de pomp voordat u het proces uitvoert.
Het pompgeheugen bevat altijd de laatste opgeslagen
configuratie. Oudere geheugendata worden overschreven.
Meerdere instellingen kunnen in de Grundfos GO-app
worden opgeslagen en vervolgens naar verschillende
pompen worden overgezet.
In de Grundfos GO-app zijn de volgende opties beschikbaar:
Instellingen opslaan in GO: De huidige pompconfiguratie
wordt in het geheugen opgeslagen in Grundfos GO.
Instellingen opslaan op pomp: De huidige pompconfiguratie
wordt in het pompgeheugen opgeslagen.
Instellingen oproepen: alle instellingen worden hersteld naar
de opgeslagen instellingen.
Fabrieksreset: Alle instellingen worden hersteld naar de
fabrieksinstellingen.
7.24 Geavanceerde instell.
In het menu Instellingen > Geavanceerde instell. moet een code
van vier cijfers (2583) worden ingevoerd. De volgende opties zijn
beschikbaar:
Debouncing: contact bouncing (stuiteren) kan worden
geëlimineerd door de frequentie voor de contactingang in te
stellen.
- Aan of Uit kan worden geselecteerd. De standaardinstelling
is Aan.
- Als het relais is ingesteld op Pulsingang, moet Debouncing
worden ingesteld op Aan.
Instellingen via cloud: De instellingen voor de SMART Digital
CHEMPAIRING Suite (SDCS) worden opgeslagen.
- Dit is niet geschikt voor standaard veldbusnetwerken.
-
Sla geen standaard veldbusinstellingen op met
Instellingen via cloud. Anders raakt het
pompgeheugen beschadigd.
In de Grundfos GO-app zijn de volgende opties beschikbaar:
Kalibratie analoge ingang: De analoge ingang kan exact
worden afgestemd op een gemeten waarde van een
stroomtransmitter. De analoge ingang wordt in de fabriek
gekalibreerd. In de regel hoeft deze niet opnieuw te worden
gekalibreerd.
Grenswaarde analoge ingang: De verhouding tussen de
waarde van de analoge ingang en de doseercapaciteit kan
worden ingesteld. Zie de paragraaf Analoog 0-20 mA, Analoog
4-20 mA.
Kalibratie analoge uitgang: De analoge uitgang kan exact
worden afgestemd op een waarde gemeten door een
multimeter. De analoge uitgang wordt in de fabriek gekalibreerd.
In de regel hoeft deze niet opnieuw te worden gekalibreerd.
Grenswaarde analoge uitgang: Toleranties in de stroomkring
kunnen worden gecompenseerd. Bij tolerantieproblemen met
de meetapparatuur kunt u de grenzen van uw stroomkring
overschrijden.
Debouncing: contact bouncing (stuiteren) kan worden
geëlimineerd door de frequentie voor de contactingang in te
stellen.
- Aan of Uit kan worden geselecteerd. De standaardinstelling
is Aan.
- Als het relais is ingesteld op Pulsingang, moet Debouncing
worden ingesteld op Aan.
8. Service
WAARSCHUWING
Chemisch gevaar
Dood of ernstig persoonlijk letsel
Onderhoudswerkzaamheden mogen uitsluitend
worden uitgevoerd door gekwalificeerde personen.
Het pomphuis mag uitsluitend worden geopend door
personen die hiertoe zijn geautoriseerd door Grundfos.
Sluit de pomp niet aan op de voeding.
Als de pomp aangesloten moet blijven op de voeding
voor onderhoud, schakel dan Bluetooth uit.
Het onderhoudsschema moet in acht worden
genomen. Als de dagelijkse controles niet worden
uitgevoerd, wordt membraanlekkage mogelijk niet
herkend. Dit kan leiden tot chemisch gevaar.
Om een lange gebruiksduur en grote nauwkeurigheid in doseringen
te garanderen moeten onderdelen die onderhevig zijn aan slijtage,
zoals membranen en ventielen, regelmatig worden gecontroleerd
op tekenen daarvan. Vervang versleten onderdelen door originele
reserveonderdelen van geschikt materiaal.
Voor servicesets en reserveonderdelen raadpleegt u de Catalogus
met servicesets in het Grundfos Product Center.
De handleiding Service-instructies (93079510) vindt u op
www.grundfos.com.
Neem bij vragen contact op met uw Grundfos-servicepartner.
8.1 Onderhoudsschema
Dagelijks
Controleer of er vloeistof lekt uit de afvoeropening en of de
afvoeropening is geblokkeerd of vervuild.
- Zie de paragraaf Overzicht van doseerkop
- Volg de instructies in de paragraaf Membraanlekkage.
Controleer of er vloeistof lekt uit de doseerkop of ventielen.
- Draai de bouten van de doseerkop aan met een
momentsleutel op 4 Nm.
- Draai de ventielen en wartels aan, of voer de service uit.
Controleer of er een servicemelding wordt weergegeven op het
pompdisplay.
- Volg de instructies in de paragraaf Servicesysteem.
Wekelijks
Reinig alle pompoppervlakken met een droge en schone doek.
35
loading