2. Stel de pomp in op de bedrijfstoestand "Stop".
3. Maak het systeem drukloos.
4. Spoel, indien nodig, de doseerkop.
5. Verwijder de zuigleiding en het zuigventiel.
Zorg dat de terugstromende vloeistof op veilige wijze wordt
opgevangen.
Het kalibreren van de druksensor wanneer het zuigventiel
geïnstalleerd is, geeft een onjuiste kalibratie en kan leiden tot
persoonlijk letsel en schade aan eigendommen.
6. Open Instellingen > FlowControl actief > Sensorkalibratie.
Zorg ervoor dat de druksensor verbonden is met de pomp.
7. Bevestig het dialoogvenster.
De kalibratie wordt gestart.
Als de kalibratie geslaagd is, verschijnt op het scherm het
dialoogvenster De druksensor is nu gekalibreerd..
Bevestig het dialoogvenster.
Als de kalibratie mislukt is, verschijnt er een bijbehorend
dialoogvenster. Bevestig het dialoogvenster om de kalibratie
opnieuw te starten.
Als de kalibratie mislukt is, controleer dan de aansluitingen, de
kabel en de druksensor. Vervang alle defecte onderdelen.
Controleer of het zuigventiel en de afvoeropening tekenen van
gekristalliseerde doseervloeistof vertonen.
7.14.5 ConditionCheck
Deze paragraaf is van toepassing op de FCM-besturingsuitvoering.
VOORZICHTIG
Chemisch gevaar
Gering of beperkt persoonlijk letsel
‐
De pomp begint met doseren tijdens de
ConditionCheck.
De pomp moet worden geïnstalleerd in een systeem en in
bedrijfstoestand "Stop" voordat een ConditionCheck
wordt uitgevoerd.
Elke ConditionCheck analyseert één storing. Om
erachter te komen of er meer storingen zijn, moet u een
nieuwe ConditionCheck uitvoeren nadat de eerste
storing is verholpen.
Wanneer Instellingen > FlowControl actief > ConditionCheck is
geselecteerd, wordt een analyse uitgevoerd van de pomp en het
systeem waarin de pomp is geïnstalleerd. Tijdens de analyse wordt
een voortgangsbalk weergegeven.
30
Na de analyse verschijnt de melding Analyse klaar: met informatie
over de storing en een aanbeveling. De kleur van het display kan
veranderen.
Als er een Motor geblokkeerd-alarm is, start de ConditionCheck
niet. Verhelp de oorzaak van het alarm en herstart de
ConditionCheck.
Gerelateerde informatie
9.2.11 Motor geblokkeerd-alarm
7.15 Autom. ontluchting
Bij het doseren van ontgassende media kunnen luchtbellen
in de doseerkop worden gevormd tijdens stilstand. Hierdoor
is het mogelijk dat er geen medium wordt gedoseerd
wanneer de pomp opnieuw wordt gestart. De functie Autom.
ontluchting ontlucht de pomp automatisch met regelmatige
tussenpozen. Softwaregestuurde membraanbewegingen doen de
luchtbellen stijgen en samenkomen bij het persventiel zodat ze
kunnen worden verwijderd bij de volgende doseerslag.
De functie Autom. ontluchting werkt onder de volgende
voorwaarden:
•
als de pomp niet in de bedrijfstoestand "Stop" staat
•
als er geen alarm actief is
•
tijdens onderbrekingen bij het doseren, bijvoorbeeld Externe
vrijgave of geen inkomende pulsen.
De functie Autom. ontluchting kan worden geactiveerd of
gedeactiveerd in het menu Instellingen.
Door de membraanbewegingen kunnen kleine volumes
doseervloeistof in de persleiding terechtkomen. Dit is vrijwel
onmogelijk bij het doseren van sterk ontgassende media.
7.16 Kalibratie
De pomp is in de fabriek gekalibreerd voor media met een
viscositeit vergelijkbaar met water bij maximale tegendruk van de
pomp.
Als de pomp wordt gebruikt met fluctuerende tegendruk of als
een vloeistof met een andere viscositeit wordt gedoseerd, moet de
pomp worden gekalibreerd.
Zie de paragraaf De pomp kalibreren.
Pompen met FCM-C besturingsuitvoering hoeven niet te worden
gekalibreerd, zolang de functie AutoFlowAdapt is ingeschakeld.
Tijdens de kalibratie werkt de pomp standaard met 120
slagen per minuut. Als de functie SlowMode is
geactiveerd, bedraagt het aantal slagen per minuut 60 bij
50% en 30 bij 25%.
Als er een Motor geblokkeerd- of een Overdruk-alarm is, start de
Kalibratie niet. Verhelp de oorzaak van het alarm en herstart de
Kalibratie.
7.17 Toetsblokkering
De functie Toetsblokkering beschermt de pomp door het wijzigen
van de instellingen te voorkomen. De functie kan worden
geactiveerd in het menu Instellingen > Toetsblokkering door een
aangepaste vergrendelingscode van vier cijfers in te voeren. Er zijn
twee niveaus beschikbaar.