Download Print deze pagina

Grundfos SMART Digital S DDA-C Installatie- En Bedieningsinstructies pagina 32

2. Tik op de Bluetooth-verbindingsknop in de Grundfos GO-app.
• Bij het koppelen gaan de displays van alle pompen binnen
bereik blauw knipperen. Tik op het productsymbool om uw
pomp te identificeren. Het display van uw pomp licht op.
• Wanneer u verbinding maakt met uw pomp, wordt de naam
van uw pomp in de app weergegeven. Het pompdisplay
knippert blauw.
3. Selecteer uw pomp en tik op VERBINDEN.
Het display van de pomp wordt blauw en toont het Bluetooth-
symbool.
4. Druk tijdens het koppelen op het klikwiel op de pomp om de
verbinding te bevestigen.
De verbinding is tot stand gebracht. Grundfos GO laadt de
pompgegevens.
7.19.2 Bus-/cloudbesturing
VOORZICHTIG
Automatische start
Gering of beperkt persoonlijk letsel
Na het deactiveren van de functie Bus-/
cloudbesturing kan de pomp automatisch starten.
Stel de pomp in op de bedrijfstoestand "Stop" voordat
u de functie Bus-/cloudbesturing deactiveert.
Om instellingen handmatig te wijzigen moet de functie
Bus-/cloudbesturing tijdelijk worden gedeactiveerd.
De functie Bus-/cloudbesturing kan worden geactiveerd of
gedeactiveerd in het menu Instellingen > Communicatie.
Om de pomp via busbesturing te starten en te stoppen, moet
deze in de bedrijfstoestand "In bedrijf" staan. Wanneer de pomp
op afstand wordt gestopt via busbesturing, dan wordt het symbool
Externe vrijgave weergegeven en schakelt de pomp over naar
bedrijfstoestand "Gereed".
Alle bedrijfsmodi kunnen nog worden gebruikt, wanneer Bus-/
cloudbesturing actief is. Bus-/cloudbesturing kan alleen worden
gebruikt voor het bewaken en configureren van de pomp.
De BusWatchDog is standaard actief. Als deze niet wordt
gedeactiveerd, kunnen communicatiestoringen de pomp doen
stoppen. Zie het functionele profiel van de betreffende CIM of CIU.
Communicatiestoringen
VOORZICHTIG
Automatische start
Gering of beperkt persoonlijk letsel
De pomp kan automatisch starten.
Stel de pomp in op de bedrijfstoestand "Stop" voordat
u een storing verhelpt.
Storingen worden alleen gedetecteerd als de betreffende
BusWatchDog is geactiveerd. Zie het functionele profiel van de
betreffende CIM of CIU.
In geval van een storing in de buscommunicatie, bijvoorbeeld een
breuk in de communicatiekabel, stopt de pomp met doseren en
schakelt na detectie van de storing over naar de bedrijfstoestand
"Gereed". Er wordt een alarm gegeven met details over de oorzaak
van de storing.
7.19.3 Unitnummer
Het Unitnummer wordt gebruikt om de pomp aan te sturen via
het GENIbus. Een uniek nummer kan aan de pomp worden
toegekend. Dit maakt het mogelijk om onderscheid te maken tussen
pompen in geval van GENIbus-communicatie.
In het menu Instellingen > Communicatie kan het Unitnummer
worden ingesteld met het klikwiel.
32
7.19.4 RS485
WAARSCHUWING
Chemisch gevaar
Dood of ernstig persoonlijk letsel
Regel de pomp niet tegelijkertijd met twee masters via
Ethernet en RS485.
Lees voorafgaand aan de installatie en de inbedrijfstelling
de documentatie die bij de CIU en CIM wordt geleverd.
In Instellingen > Communicatie > RS485 > Protocol kan Modbus
RTU of GENIbus worden geselecteerd.
GENIbus wordt gebruikt voor interne communicatie met
een Grundfos Communication Interface Module (CIM) die is
geïntegreerd in een Grundfos Communication Interface Unit (CIU).
GENIbus hoeft niet te worden geconfigureerd.
Modbus RTU moet worden geconfigureerd voor het systeem
waarin de pomp wordt gebruikt. De volgende waarden moeten
worden ingesteld:
Modbus-adres
Baudrate
Pariteit
Stop bits.
Stel de waarden in volgens uw bussysteem.
Als Modbus RTU is ingeschakeld, is Modbus TCP
uitgeschakeld.
Meer handleidingen, functieprofielen en ondersteuningsbestanden,
zoals GSD-bestanden, zijn beschikbaar in het Grundfos Product
Center op www.grundfos.com.
7.19.5 Ethernet
WAARSCHUWING
Chemisch gevaar
Dood of ernstig persoonlijk letsel
Regel de pomp niet tegelijkertijd met twee masters via
Ethernet en RS485.
De pomp moet zich achter een firewall bevinden of zijn
verbonden met een privénetwerk. Als er geen firewall of
privénetwerk aanwezig is, ontstaat er mogelijk een
cyberbeveiligingsrisico voor de pomp en wordt deze
kwetsbaar voor een aanval of inbreuk.
Alleen afgeschermde kabels zijn toegestaan voor
Ethernet-verbinding.
Ethernet is standaard gedeactiveerd en moet indien nodig
worden geactiveerd in het menu Instellingen > Communicatie >
Ethernet. Als Ethernet wordt gedeactiveerd, wordt Modbus TCP
ook gedeactiveerd.
Modbus TCP is standaard gedeactiveerd.
Als Modbus TCP is geselecteerd, moet de TCP-poortnummer
worden ingevoerd met het klikwiel.
Als Modbus TCP is ingeschakeld, is Modbus RTU
uitgeschakeld.
Als DHCP is geselecteerd, worden de waarden voor IP-adres,
Subnetmasker en Gateway ingevuld door de DHCP-server. Als
DHCP niet is geselecteerd, moeten deze waarden handmatig
worden ingevoerd.
Primaire en secundaire DNS-server kunnen worden ingesteld via
Grundfos GO, indien nodig.
loading