•
Neem geschikte voorzorgsmaatregelen om
gezondheidsproblemen of materiële schade door ontsnappende
doseervloeistof te voorkomen.
•
Gebruik de pomp niet terwijl de bouten van de doseerkop
beschadigd zijn of loszitten.
Als het membraan lekt of gescheurd is, stroomt er doseervloeistof
uit de afvoeropening aan de onderkant van de flens van de
doseerkop.
In het geval van membraanlekkage beschermt het
beveiligingsmembraan het pomphuis tegen het binnendringen van
doseervloeistof.
Bij het doseren van vloeistoffen waarbij kristallisatie optreedt kan
de afvoeropening worden geblokkeerd door kristallisatie. Als de
pomp niet onmiddellijk uit bedrijf wordt genomen, kan druk worden
opgebouwd tussen het membraan en het beveiligingsmembraan.
Deze druk kan doseervloeistof door het veiligheidsmembraan in het
pomphuis persen.
De meeste doseervloeistoffen leveren geen gevaar op als zij
het pomphuis binnendringen. Sommige vloeistoffen kunnen een
chemische reactie veroorzaken met inwendige onderdelen van de
pomp. In het ergste geval kunnen bij deze reactie explosieve
gassen in het pomphuis ontstaan.
Gerelateerde informatie
1.9 Veiligheidsmaatregelen voor membraanlekkage
8.5.1 Demonteren van het membraan bij een membraanlekkage
8.5.1 Demonteren van het membraan bij een membraanlekkage
WAARSCHUWING
Chemisch gevaar
Dood of ernstig persoonlijk letsel
‐
Sluit de pomp niet aan op de voeding.
‐
Als de pomp aangesloten moet blijven op de voeding
voor onderhoud, schakel dan Bluetooth uit.
Lees de paragraaf Membraanlekkage en de paragraaf
Service.
De nummers tussen haakjes verwijzen naar de figuur in de
paragraaf Overzicht van doseerkop.
1. Draag de aanbevolen persoonlijke beschermingsuitrusting.
2. Druk op de toets Start/Stop om de pomp in de bedrijfstoestand
"Stop" te zetten.
3. Maak het systeem drukloos.
4. Spoel, indien nodig, de doseerkop.
5. Demonteer de zuig-, pers- en ontluchtingsleidingen.
Zorg dat de terugstromende vloeistof op veilige wijze wordt
opgevangen.
6. Ontkoppel de FlowControlsignaalaansluiting, indien deze
aanwezig is.
Zie de paragraaf Productoverzicht.
7. Verwijder het deksel (9).
8. Draai de schroeven (8) van de doseerkop (7) los, en verwijder
deze samen met de borgringen.
9. Verwijder de doseerkop (7).
10. Pak het membraan (4) vast, draai het tegen de klok in en
verwijder het samen met de flens (2).
Gebruik geen gereedschap.
11. Controleer of de afvoeropening (11) niet geblokkeerd of vervuild
is. Reinig indien nodig de afvoeropening.
12. Controleer het veiligheidsmembraan (1) op slijtage
en beschadigingen. Vervang indien nodig het
veiligheidsmembraan.
Als niets erop duidt dat er doseervloeistof in het pomphuis is
binnengedrongen, gaat u verder zoals beschreven in de paragraaf
Doseerknop, membraan en ventielen opnieuw monteren.
Als er wel doseervloeistof in het pomphuis is binnengedrongen,
gaat u te werk zoals beschreven in de paragraaf Doseervloeistof in
het pomphuis.
Gerelateerde informatie
8. Service
8.4 Overzicht van de doseerkop
8.5 Membraanlekkage
8.5.2 Doseerkop, membraan en ventielen opnieuw monteren
8.5.3 Doseervloeistof in het pomphuis
8.5.2 Doseerkop, membraan en ventielen opnieuw monteren
Begin pas met het opnieuw monteren als niets erop wijst dat er
doseervloeistof in het pomphuis is binnengedrongen. Ga anders
te werk zoals beschreven in de paragraaf Doseervloeistof in het
pomphuis.
De nummers tussen haakjes verwijzen naar de figuur in de
paragraaf Overzicht van doseerkop.
1. Draag de voorgeschreven persoonlijke beschermingsuitrusting.
2. Bevestig de flens (2) op correcte wijze.
Let op de afvoeropening (11).
3. Plaats een nieuwe O-ring (3) in de flens (2).
Controleer of de O-ring correct is geplaatst.
4. Monteer het nieuwe membraan (4) door het met uw handen
rechtsom vast te draaien totdat het stevig vastzit.
Gebruik geen gereedschap.
5. Druk tegelijkertijd op de Start/Stop-toets en de 100%-toets om
het membraan in de positie "in" te zetten.
)- wordt weergegeven op het display.
6. Plaats de doseerkop (7).
7. Draai de schroeven met sluitringen (8) met de hand in en draai
ze kruislings aan met een momentsleutel.
Aanhaalmoment [Nm]: 4
8. Sluit de FlowControlsignaalaansluiting aan, indien deze
aanwezig is.
Zie de paragraaf Signaalaansluitingen.
9. Plaats het deksel (9).
10. Installeer nieuwe ventielen (5, 6).
• Verwissel de ventielen niet onderling.
• Let op de richtingspijl op de ventielen.
• Zorg dat de O-ringen correct zijn geplaatst.
11. Sluit de zuig-, pers- en ontluchtingsleidingen aan.
Zie de paragraaf Hydraulische aansluiting.
12. Druk op de Start/Stop-toets om de servicemodus af te sluiten.
13. Ontlucht de doseerpomp.
Zie de paragraaf De pomp ontluchten.
14. Als u een nieuwe doseerkop met druksensor hebt geplaatst,
voert u een sensorkalibratie uit.
Zie de paragraaf De druksensor kalibreren.
Draai de bouten van de doseerkop opnieuw aan met een
momentsleutel na de initiële start en telkens wanneer de
doseerkop is geopend.
Draai na 2-5 bedrijfsuren de bouten opnieuw aan met een
momentsleutel.
Aanhaalmoment [Nm]: 4
Gerelateerde informatie
5.3 Hydraulische aansluiting
5.4.1 Signaalaansluitingen
6.4 De pomp ontluchten
7.14.4.1 De druksensor kalibreren
8.4 Overzicht van de doseerkop
8.5.3 Doseervloeistof in het pomphuis
37