5.5
CONTROLE VAN DE POORTBEWEGING
Na het herkennen van de lengte van de vleugel is het raadzaam
enkele manoeuvres uit te voeren om te controleren of de poort correct
beweegt.
22
Doe het volgende:
druk op de toets
1.
f
"Openen" te geven; controleer of de openingsmanoeuvre
van de poort regelmatig verloopt zonder verandering van
snelheid; pas wanneer de vleugel tussen 70 en 50 cm van de
eindaanslag voor de opening verwijderd is, zal hij langzamer
moeten gaan lopen en door tussenkomst van de eindaanslag
tot stilstand komen op 2 à 3 cm van de mechanische aanslag
voor de opening
druk op de toets
2.
h
"Sluiten" te geven; controleer of de sluitingsmanoeuvre van de
poort regelmatig verloopt zonder verandering van snelheid; pas
wanneer de vleugel tussen 70 en 50 cm van de eindaanslag
voor de sluiting verwijderd is, zal hij langzamer moeten gaan
lopen en door tussenkomst van de eindaanslag tot stilstand
komen op 2 à 3 cm van de mechanische aanslag voor de
sluiting
3.
controleer of het knipperlicht tijdens de manoeuvres met een
frequentie van 0,5 sec. aan en 0,5 sec. uit knippert. Indien
aanwezig, dient u ook het knipperen te controleren van het
controlelampje dat op de OGI-klem is aangesloten: dit knippert
langzaam bij het openen, snel bij het sluiten
voer meerdere openings- en sluitingsmanoeuvres uit om te
4.
beoordelen of er eventuele montage- of afstellingsdefecten zijn,
of andere onregelmatigheden, zoals punten met een grotere
wrijving
verzeker u ervan dat de bevestiging van de reductiemotor,
5.
de tandheugel en de eindaanslagbeugels stevig en stabiel
is, alsook voldoende bestand tegen plotse versnellingen of
vertragingen in de beweging van de poort.
5.6
AANSLUITING VAN ANDERE INRICHTINGEN
Indien het vereist is om externe inrichtingen te voorzien van stroom,
bijvoorbeeld een lezer voor transponderkaarten of de verlichting
van de sleutelschakelaar, kan de voeding verkregen worden zoals
aangegeven in de afbeelding.
De voedingsspanning is 24Vc -30% ÷ +50% met een maximale
beschikbare stroom van 100mA.
23
STOP
12 – NEDERLANDS
1.6AT
om de instructie voor de manoeuvre
om de instructie voor de manoeuvre
SBS
(-)
(+)
6
EINDTEST EN INBEDRIJFSTELLING
Dit zijn de belangrijkste fasen bij de realisatie van de automatisering
6
EINDTEST EN INBEDRIJFSTELLING
om de maximale veiligheid van het systeem te garanderen. De eindtest
kan ook worden gebruikt om de inrichtingen van de automatisering
periodiek te controleren.
m
De testfasen en de inbedrijfstelling van de automatisering
moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd en
ervaren personeel, dat de benodigde tests moet
verrichten om de veiligheidsmaatregelen te controleren
en dat tevens moet controleren of de wetten, normen
en regels op dit gebied in acht worden genomen, in
het bijzonder de eisen van de norm EN 12445, die de
testmethoden voor de controle van automatiseringen
voor poorten bepaalt.
De extra inrichtingen moeten aan een specifieke test worden
onderworpen, om zowel de werking als de interactie met de
besturingseenheid te controleren. Raadpleeg hiervoor dus de
instructiehandleidingen van de betreffende inrichtingen.
6.1
TEST
De test wordt als volgt uitgevoerd:
controleer
of
alle
1.
hoofdstuk
"ALGEMENE
VOORZORGSMAATREGELEN VOOR DE VEILIGHEID"
nauwkeurig in acht is genomen
ontgrendel de reductiemotor zoals aangegeven in de
2.
paragraaf "Handmatig ontgrendelen en vergrendelen van de
reductiemotor"
controleer of het mogelijk is om de vleugel handmatig te
3.
openen en te sluiten met een kracht die niet groter is dan 390N
(ongeveer 40 kg)
4.
blokkeer de reductiemotor
gebruik de besturingsinrichtingen (zender, bedieningsknop,
5.
sleutelschakelaar, etc.) om de tests uit te voeren voor het
openen, sluiten en stoppen van de poort, en te controleren of
de beweging van de vleugels overeenkomt met de instelling.
Geadviseerd wordt om verschillende tests uit te voeren om de
beweging van de vleugels te beoordelen en te controleren of er
geen sprake is van montage- of afstellingsfouten of ongewenste
wrijving
controleer alle veiligheidsinrichtingen in de installatie een voor
6.
een om na te gaan of ze goed werken (fotocellen, contactlijsten
enz.). In het geval dat een inrichting ingrijpt, knippert de led
"Bluebus", die op de besturingseenheid zit, twee keer snel om
te bevestigen dat het ingrijpen is herkend
als gevaarlijke situaties die worden veroorzaakt door de
7.
beweging van de vleugels opgeheven zijn door middel
van begrenzing van de stootkracht, moet de kracht worden
gemeten volgens de voorschriften van de norm EN 12445.
Eventueel, als de controle van de "motorkracht" wordt gebruikt
als hulpmiddel voor het systeem om de stootkracht te verlagen,
moet de regeling uitgeprobeerd en gevonden worden die de
beste resultaten oplevert.
6.2
INBEDRIJFSTELLING
a
De inbedrijfstelling kan alleen plaatsvinden nadat alle
fasen van de eindtest met succes zijn doorlopen.
a
Voordat u de automatisering in bedrijf stelt, dient u de
eigenaar voldoende op de hoogte te stellen van nog
aanwezige gevaren en restrisico's.
a
Het is verboden om de installatie gedeeltelijk of onder
"tijdelijke" omstandigheden te laten werken.
informatie
beschreven
AANBEVELINGEN
in
het
EN