3.6
INSTELLING VAN DE MECHANISCHE
EINDAANSLAGEN
Ga als volgt te werk om de eindaanslagen af te stellen:
ontgrendel de reductiemotor met de daartoe bestemde sleutel
1.
(zie paragraaf "Handmatig ontgrendelen en vergrendelen
van de reductiemotor")
voer vervolgens handmatig een complete openings- en
2.
sluitingsmanoeuvre uit waardoor de mechanische eindaanslag
zich vanzelf afstelt.
m
Controleer tijdens deze manoeuvre of de tandheugel in
lijn met het rondsel draait met een maximale afwijking in
de uitlijning van 5 mm, en of er over de volledige lengte
een speling van 1 à 2 mm tussen het rondsel en de
tandheugel bestaat.
13
1÷2 mm
3.
beweeg de vleugel ten slotte handmatig tot halverwege
de loop en vergrendel de reductiemotor met de daarvoor
bestemde sleutel (zie paragraaf "Handmatig ontgrendelen en
vergrendelen van de reductiemotor").
3.7
HANDMATIG ONTGRENDELEN EN
VERGRENDELEN VAN DE REDUCTIEMOTOR
De
reductiemotor
is
ontgrendelingssysteem waarmee de poort handmatig geopend en
gesloten kan worden.
Deze handelingen dienen te worden uitgevoerd als de elektrische
energie uitvalt, bij storingen in functionering en tijdens de installatie.
Ontgrendelen gebeurt als volgt:
steek de sleutel (A) in het slot en draai die 90° met de klok mee
4.
14
u kunt de vleugel nu handmatig in de gewenste stand plaatsen.
5.
Om te vergrendelen:
draai de sleutel (A) 90° tegen de klok in
1.
Trek de sleutel eruit.
2.
uitgerust
met
een
mechanisch
A
4
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
4
ELEKTRISCHE AANSLUITINGEN
4.1
VOORAFGAANDE CONTROLES
f
Alle elektrische aansluitingen moeten tot stand worden
gebracht terwijl de netspanning uitgeschakeld en de
bufferbatterij (als deze aanwezig is in de automatisering)
losgekoppeld is.
a
De aansluitwerkzaamheden mogen uitsluitend door
gekwalificeerd personeel worden uitgevoerd.
Doe het volgende om de elektrische aansluitingen tot stand te brengen:
voer alle verbindingskabels naar de verschillende inrichtingen
1.
en laat ze 20 à 30 cm langer dan nodig is. Zie "Tabel 4" voor het
type kabels en "Afbeelding 4" voor de aansluitingen.
2.
bind alle kabels die de reductiemotor ingaan samen met een
bandje, dat u vlak onder de ingangsopening voor de kabels
aanbrengt
sluit de voedingskabel (A) op de daarvoor bestemde klem aan,
3.
zoals aangegeven op de afbeelding, en zet de kabel vervolgens
met nog een bandje aan de eerste kabelblokkeerring vast
15
A
sluit de overige kabels aan volgens het schema in"Afbeelding
4.
16" en 17. Om het iets makkelijker te maken, kunnen de
klemmen worden uitgetrokken.
zet de kabels in de hiervoor bestemde ringen vast nadat alle
5.
aansluitingen zijn gemaakt. De overtollige kabel van de antenne
moet aan de andere kabels worden bevestigd.
16
l
Voor informatie over de aansluiting van 2 motoren op
tegenover elkaar gelegen vleugels, raadpleeg paragraaf
"Reductiemotor in SLAVE-modus".
NEDERLANDS – 9