Bedieningshandleiding
Veld
Instelling bewerken
Datum en tijd bewerken
Gebruikers bewerken
Record bewerken
Record verwijderen
Records verzenden
OPMERKING
In de velden Gebruikers bewerken en Instelling bewerken heeft de geactiveerde gebruiker
bevoegdheden nodig om de modus Hoge beveiliging te activeren.
In de velden Instelling bewerken en Record verwijderen heeft de geactiveerde gebruiker
bevoegdheden nodig om het auditspoor-logbestand van het systeem te exporteren.
12.10 Instelling kiezen
Met het hulpprogramma Instelling kiezen kunt u maximaal vijf systeemconfiguraties opslaan en tussen
deze configuraties wisselen. Dit is nuttig als het systeem door verschillende afdelingen wordt gedeeld of
als het bij meerdere klinische proeven wordt gebruikt.
Ga als volgt te werk om configuratiebestanden op te slaan en te laden:
In het Hoofdmenu drukt u op Alg. instellingen > Meer > Meer > Instelling kiezen.
1.
Het venster Instelling kiezen wordt geopend. De naam van de instellingen die het systeem
momenteel gebruikt, wordt weergegeven in het veld Geladen instelling.
2.
Ga als volgt te werk om een kopie van de huidige instellingen op te slaan:
a. Druk op Opslaan als.
Het venster Instellingsnaam wordt geopend.
b. Typ een naam voor de configuratie in en druk op Opslaan.
De configuratie wordt opgeslagen en daarna wordt het venster Instellingsnaam gesloten.
3.
U kunt als volgt andere instellingen laden:
a. Selecteer de instellingen die u wilt laden.
b. Druk op Instelling laden.
c. Systeem herstarten.
U moet het apparaat uitschakelen en vervolgens opnieuw inschakelen voordat de wijzigingen
in de instellingen worden aangebracht. Dit geldt met name als de nieuwe instellingen een
wijziging in de taalinstelling omvatten. De taal wordt niet gewijzigd tenzij het systeem opnieuw
wordt opgestart.
4.
U kunt een instellingenbestand als volgt verwijderen:
2053535-010 Revisie P
Commentaar
Hiermee activeert/deactiveert u de mogelijkheid om de systeemgegevens door de ge-
bruiker te laten bewerken.
Hiermee activeert/deactiveert u de mogelijkheid om de datum en tijd in het systeem
door de gebruiker te laten bewerken.
Hiermee activeert/deactiveert u de mogelijkheid om de gebruikersgegevens door de
gebruiker te laten bewerken.
Hiermee activeert/deactiveert u de mogelijkheid om ECG's door de gebruiker te laten
bewerken.
Hiermee activeert/deactiveert u de mogelijkheid om ECG's door de gebruiker te laten
verwijderen.
Hiermee activeert/deactiveert u de mogelijkheid om ECG's door de gebruiker te laten
verzenden.
MAC 2000 ECG-analysesysteem
12.10 Instelling kiezen
155/208