Bedieningshandleiding
4.2 Elektrodeplaatsing
In dit deel worden verschillende methodes voor het plaatsen van elektroden beschreven, zowel voor
rust- als voor inspannings-ECG's.
OPMERKING
Sommige procedures voor de plaatsing van elektroden gelden niet in alle gevallen, afhankelijk
van het gekochte systeem en opties.
LET OP
UITGESTELDE DIAGNOSE
Een incorrecte aansluiting van de elektrodekabels leidt tot onnauwkeurigheden in het
ECG.
Zorg ervoor dat de elektrodekabels goed zijn aangesloten. Volg elke afzonderlijke
elektrodekabel vanaf het bijbehorende label van de acquisitiemodule tot de gekleurde
aansluiting en dan naar de juiste elektrode, om er zeker van te zijn dat deze zich op de
plaats met het juiste label bevindt.
4.2.1 Plaatsing bij rust-ECG
De volgende methodes zijn van toepassing voor rust-ECG's.
4.2.1.1 Standaardplaatsing met 12 afleidingen
Om een standaard ECG via 12 afleidingen te verkrijgen, moet u de plaatsing uit de volgende illustratie
gebruiken.
Tabel 4-1 Plaatsing van 12 afleidingelektrodes
AHA-label
1
V1 rood
2
V2 geel
3
V3 groen
4
V4 blauw
2053535-010 Revisie P
IEC-label
Beschrijving
C1 rood
Vierde intercostale ruimte bij de rechter rand van het sternum
C2 geel
Vierde intercostale ruimte bij de linker rand van het sternum
C3 groen
Halverwege tussen locatie 2 en 4
C4 bruin
Bij de midclaviculaire lijn in de vijfde intercostale ruimte
MAC 2000 ECG-analysesysteem
4.2 Elektrodeplaatsing
Vervolgd
56/208