Bij hard reinigen met een droge doek
kunnen de lampafdekkingen bescha‐
digd raken. Reinig niet met een krach‐
tige autowasvloeistof. Gebruik bij
voorkeur geen gevaarlijke reinigings‐
middelen. Hierbij kan het glas door
een chemische reactie scheuren.
Let op
Raadpleeg een handleiding voor het
wassen van de auto en gebruik al‐
leen milde wasmiddelen om schade
aan het koplampglas te vermijden.
Gebruik nooit reinigingsvloeistoffen
met een van de volgende stoffen:
■ aceton
■ benzeen
■ tolueen
■ xyleen
■ verdunners
Poetsen en in de was zetten
Zet de auto regelmatig in de was (ui‐
terlijk wanneer het water geen drup‐
peltjes meer vormt). Anders zal het
lakwerk uitdrogen.
Poetsen is alleen nodig als de laklaag
mat geworden is of aanslag vertoont.
Autopolish met siliconen vormt een
vuilwerende laag, waardoor in de was
zetten overbodig is.
Kunststof carrosseriedelen mogen
niet met autowas of poetsmiddelen
worden behandeld.
Ruiten en ruitenwisserbladen
Een zachte, pluisvrije doek of een
zeemleer en een ruitenreiniger en in‐
sectenverwijderaar gebruiken.
Bij het reinigen van de achterruit de
verwarmingsdraden aan de binnen‐
kant niet beschadigen.
Om handmatig ijs te verwijderen, een
ijskrabber met een scherpe rand ge‐
bruiken. IJskrabber stevig tegen de
ruit drukken, zodat er geen vuil onder
de krabber kan komen en er geen
krassen op de ruit worden gemaakt.
Wisserbladen die strepen trekken,
met een zachte doek en een ruiten‐
reiniger reinigen.
Velgen en banden
Niet schoonmaken met hogedrukrei‐
nigers.
Verzorging van de auto
Velgen met een pH-neutrale velgen‐
reiniger reinigen.
Velgen zijn gelakt en kunnen met de‐
zelfde middelen worden behandeld
als de carrosserie.
Lakschade
Geringe lakschade voordat er roest‐
vorming optreedt met een lakstift her‐
stellen. Grotere lakschade of roest‐
vorming door een werkplaats laten
herstellen.
Speciaal pakket en
carrosserieset
■ Sleep voorzichtig om schade door
de sleepkabel te voorkomen. Neem
voor het slepen de kap uit de bum‐
per.
■ Minder afstand tot het wegdek. Rijd
langzaam over hellingen, hobbels
of stoepranden.
■ Breng de auto met ondersteuning
omhoog.
■ Om carrosserieschade en pech te
voorkomen, wordt geadviseerd de
auto voor transport geheel op een
bergingsvoertuig te zetten.
215