168
Rijden en bediening
U kunt de ESC weer activeren door
nogmaals op de toets a te drukken.
De ESC wordt ook opnieuw geacti‐
veerd wanneer u het contact de vol‐
gende keer weer inschakelt.
Als het ESC-systeem de stabiliteit
van de auto actief verbetert, vermin‐
dert u snelheid en let u extra op het
wegdek. Het ESC-systeem is slechts
een aanvullende functie voor de auto.
Als de auto fysieke limieten over‐
schrijdt, verliest de bestuurder de
macht over het stuur. Vertrouw dus
niet zomaar op dit systeem. Blijf veilig
rijden.
Obstakeldetectiesyste‐
men
Parkeerhulp
Het parkeerhulpsysteem helpt de be‐
stuurder tijdens het achteruit rijden
van de auto door geluidssignalen
weer te geven wanneer een voorwerp
achter de auto wordt waargenomen.
Het systeem kan automatisch worden
ingeschakeld wanneer het contact‐
slot in de stand ON staat en de selec‐
tiehendel van de transmissie in de
stand R staat.
Het systeem wordt uitgeschakeld
wanneer de snelheid van de auto ho‐
ger is dan ongeveer 5 km/h.
Wanneer het alarmsignaal klinkt ter‐
wijl u naar de stand R schakelt, geeft
dat geluid aan dat het systeem nor‐
maal functioneert.
Vervolgens kunt u de afstand tussen
uw auto en obstakels bepalen op ba‐
sis van het alarmgeluid.
Verwar dit geluid echter niet met de
geluiden wanneer de obstakels zich
binnen 40 cm afstand bevinden.
Voorzichtig
Als het volgende gebeurt, bete‐
kent dit dat er een storing is in het
parkeerhulpsysteem. Het alarm
gaat 3 keer continu af wanneer er
geen obstakels rond de bumper
zijn. Neem zo snel mogelijk con‐
tact op met een werkplaats. Wij ra‐
den uw erkende werkplaats aan.