Rood
= warm
Blauw
= koud
De verwarming werkt pas optimaal
als de motor op de normale bedrijfs‐
temperatuur is gekomen.
Luchtverdeling
Selecteer de luchtuitstroomstand
door de middelste knop te verdraaien.
L = naar hoofdhoogte en voeten‐
ruimte.
K = naar de voetenruimte, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht
naar de voorruit, de ruiten van
de voorportieren en de zijde‐
lingse uitstroomopeningen
wordt geleid.
M = naar hoofdhoogte via de ver‐
stelbare luchtroosters.
J = naar de voorruit en de voeten‐
ruimte, waarbij een geringe
hoeveelheid lucht naar de rui‐
ten van de voorportieren en de
zijdelingse uitstroomopeningen
wordt geleid.
V = naar de voorruit en de ruiten
van de voorportieren, waarbij
een geringe hoeveelheid lucht
naar de zij-uitstroomopeningen
wordt geleid.
Luchtdebiet
Luchtdebiet instellen door de ventila‐
torknop in de gewenste stand te zet‐
ten.
Verwarming
Normaal verwarmen
1. Type 1: schuif de recirculatieknop
in dat geval naar rechts voor de
recirculatiestand.
Type 2: druk voor de recirculatie‐
stand op de recirculatieknop. Een
verklikkerlichtje licht op om aan te
geven dat de recirculatie werkt.
Klimaatregeling
2. Draai de luchtcirculatieknop.
3. Zet de aanjagerknop op de ge‐
wenste snelheid.
Maximaal verwarmen
Gebruik de stand maximaal verwar‐
men om het interieur snel op tempe‐
ratuur te brengen.
Gebruik dit niet gedurende langere
perioden. Dit kan leiden tot een on‐
geluk, omdat de lucht in het interieur
muf wordt en de ruiten kunnen be‐
slaan wat kan leiden tot verminderd
zicht voor de bestuurder.
Maak de ruiten als volgt helder:
Type 1: draai de luchtverdelingsknop
op V en beweeg de recirculatiehen‐
del naar links zodat er frisse lucht in
de auto stroomt.
Type 2: draai de luchtverdelingsknop
op V en zet de recirculatieknop in de
stand buitenlucht, zodat er frisse lucht
in de auto stroomt.
Maximaal verwarmen:
1. Type 1: schuif de recirculatieknop
in dat geval naar rechts voor de
recirculatiestand.
147