5
Kalibratie
Bij kalibratie wordt een bekende hoeveelheid gas aan de transmitter toegevoerd zodat de transmitter de precisie en
nauwkeurigheid van de metingen die in de normale bedrijfsmodus worden gedaan, kan aanpassen. Dit proces garandeert
dat gasmetingen zo nauwkeurig mogelijk zijn.
Kalibratiewaarschuwingen - Lezen voorafgaand aan kalibreren
Hoewel S5000-sensoren in de fabriek worden gekalibreerd, is nog een kalibratie aanbevolen zodra de eenheid is
geïnstalleerd in zijn uiteindelijke omgeving.
WAARSCHUWING!
Gebruik nulgas om het nulpunt vast te stellen van de S5000-transmitter als er mogelijk een achtergrondgas aanwezig is.
Anders verloopt de kalibratie mogelijk onjuist.
Gebruik nulgas om IR700-sensoren op nul te zetten. Lucht bevat CO
stikstof aan. Anders verloopt de kalibratie mogelijk onjuist.
Laat de sensor voor optimale prestaties 24 uur acclimatiseren aan de toepassingsomstandigheden voordat u de eerste
kalibratie uitvoert.
Voer kalibraties uit 24 uur na de eerste keer opstarten en zo vaak als aangegeven in
Kalibratiefrequentie voor XCell-sensoren met TruCal (alleen H2S &
Xcell-sensoren met TruCal (CO & H2S) met ingeschakelde kalibratiewaarschuwing geven een indicatie voor "Kalibratie
aanbevolen" en "Kalibratie nodig'. Als een van beide indicatoren van het toestel dit aangeeft, moet u de sensor kalibreren.
Het niet opvolgen van deze waarschuwing kan leiden tot ernstig persoonlijk letsel of de dood.
5.1
Kalibratieapparatuur
Een gascilinder met een bekende concentratie gas geschikt voor het bereik van de meting is nodig. Sensoren worden
geleverd met vooringestelde spangaswaarden geschikt voor het meetbereik.
Alle kalibratiehardware voor XCell-sensoren maakt onderdeel uit van een handige kalibratieset. Deze set bestaat uit een
draagkoffer met ruimte voor twee cilinders, een reduceerventiel, slangen en alle overige accessoires die benodigd zijn voor
ieder sensortype. De kalibratieset kan afzonderlijk worden besteld of in combinatie met de gascilinder. Zie
een complete lijst met kalibratiecilinders en sets.
De digitaal toxische, zuurstof- en pellistorsensoren hebben hetzelfde sensorlichaam en gebruiken dezelfde
kalibratiehardware. De kalibratieset voor IR400-sensoren kan apart worden besteld (ond.nr. 1400270-2) en bevat een
reduceerventiel, slangen en andere specifieke kalibratieaccessoires voor de IR400. De kalibratieset voor IR700-sensoren
heeft ond.nr. 31478-1.
Voor passieve sensoren wordt verschillende kalibratiehardware gebruikt voor de sensorbehuizing van verschillende
grootte. Passieve MOS-sensoren kunnen gekalibreerd worden met kalibratiegascilinders of met ampullen. Zie
voor onderdeelnrs.
Verwijder de sensorbescherming en de rubberen kalibratiedop moeten na de kalibratie.
NL
en kan niet worden gebruikt. Als nulgas raden wij
2
5.2 Kalibratiefrequentie
CO).
5 Kalibratie
en
5.3
Tabel 16
voor
Tabel 16
66